COLONIALVOYAGE.COM

Geschiedenis van Portugal en van de Portugezen overzee

Inleiding

DEEL 16

Arnold van Wickeren

 

Geschiedenis van Portugal en van de Portugezen overzee

Deel 1: Het Iberisch schiereiland van prehistorie tot aan de komst van de Romeinen, de Romeinse tijd (200 v.Chr.- 400 n.Chr.) de koninkrijken van Sueven en Visigoten van moslimoverheersing tot onafhankelijk koninkrijk Portugal tot aan de stichting van het Huis Aviz Het begin van de maritieme expansie

Deel 2: Ontdekkings- en handelsreizen naar West-Afrika, Portugal ten tijde van Afonso V (1438-1481), De maritieme expansie ten tijde van João II (1481-1495)

Deel 3: Portugal onder koning Manuel I (1495-1521), De Portugese positie in Marokko, De eerste reis van Vasco da Gama naar Indië, Het verblijf in Calicut; de terugreis, De reis van Pedro Álvares Cabral

Deel 4: Meer reizen naar Indië, De Estado da India, De verrichtingen van Afonso de Albuquerque, Tristão da Cunha en Dom Francisco de Almeida (1506-1509), Het goud van Monomotapa

Deel 5: De Carreira da India, De eerste jaren van het gouverneurschap van Afonso de Albuquerque, Malacca, De Molukken en de Banda-eilanden, Albuquerque terug in Malabar, Malabar in de jaren 1513-1514, De kust van Oost-Afrika (1509-1515)

Deel 6: De Atlantische eilanden, Reizen naar de Nieuwe Wereld, De betrekkingen met Noordwest-Afrika, De betrekkingen met Congo en Angola, De Swahili-kust (1515-1521), De Estado da India, Expansie van het Império Português (1515-1521)

Deel 7: De ontwikkeling van Portugal tot maritieme en commerciële grootmacht, De verovering van Ceuta, Ontwikkelingen in scheepsbouw en navigatie, Monniken en kooplieden in Centraal-Azië, De Atlantische eilanden, Ontdekkings- en handelsreizen naar Afrika in de jaren 1443-1447; de eerste zwarte slaven, De maritieme expansie in de jaren vijftig van de 15e eeuw, Castiliaanse penetratie in de Golf van Guinée; de Verdragen van Alcáçovas (1479) en Toledo (1480), Pogingen van João II (1481-1495) meer invloed te verwerven in het binnenland van West-Afrika, Kanttekeningen bij de ontdekkingsreizen van Diogo Cão, Columbus en Portugal; het Verdrag van Tordesillas, Stokkende maritieme expansie?, De strijd om de handel in specerije, De reis van Fernão de Magalhães

Deel 8: Portugal onder koning João III (1521-1557), Het begin van de kolonisatie van Brazilië, Portugal in de problemen in Marokko, De goudhandel aan de Minakust, De verovering van het moslimkoninkrijk Granada, Het aandeel van Portugezen in de ontdekking van Noord-Amerika

Deel 9: De Atlantische eilanden en Opper-Guinée, De relaties met het koninkrijk Benin, De betrekkingen met Congo en Angola, De Swahilikust en de Carreira da India in de jaren twintig van de 16e eeuw, De Swahilikust en de Carreira da India van 1530 tot aan het overlijden van koning João III in 1557

Deel 10: De Estado da India in de jaren 1522-1526, De Estado da India in de jaren 1526-1538, De ontwikkelingen in het Verre Oosten

Deel 11: De Estado da India in de jaren 1538-1545, De Estado da India in de jaren 1545-1558, De Visserijkust, Coromandel, Bengalen en de Carreira da India, De Portugese expeditie naar Abessinië, De waarschijnlijke ontdekking van Australië

Deel 12: De Portugese bemoeienissen met Ceylon (1538-1558), Portugees Malacca (1538-1558), De handelsrelaties met China (1538-1546), Birma en Siam (1538-1558), Portugese kooplieden en missionarissen in Japan (1538-1558), De Molukken onder Portugees bestuur (1540-1558)

Deel 13: De vereniging van Portugal met Spanje (1557-1640), Sebastião’s rampspoed in Marokko (1415-1578), De Atlantische eilanden en West-Afrik (1420-1637)

Deel 14: Angola en Kongo (1565-1641), De Swahilikust (1557-1599)

Deel 15: De Estado da India in de jaren 1558-1581, De Estado da India in de jaren 1581-1597, De komst van Hollanders en Engelsen naar Indië 1597-1600

Deel 16: De aanval van de Hollanders op de Estado da India, Overige verwikkelingen in de Estado da India, De Portugezen aan de Tamilkust in de Periode 1560-1640

Deel 17: De teloorgang van Portugals positie in Azië: de Estado da India in de periode 1622-1640, De Portugezen in Bengalen, Portugezen, Spanjaarden en Hollanders in Siam en Achter-Indië

 

Arnold van Wickeren

 

Geschiedenis van Portugal en van de Portugezen overzee. All rights reserved. Copyright © 2008, Arnold van Wickeren

Geschiedenis van Portugal en de Portugezen overzee Deel 16
Arnold van Wickeren

Inleiding

In deel XV is aandacht geschonken aan de verrichtingen van de expedities die de zogenaamde Voorcompagnieën van de Vereenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) in de laatste jaren van de zestiende eeuw naar Azië hebben gezonden1. Dientengevolge is ook melding gemaakt van het treffen van de uit vijf schepen bestaande vloot van Wolfert Harmensz met de uit circa dertig zeilen samengestelde Portugese vloot, onder bevel van Dom André Furtado de Mendoça. De zeeslag is volgens uiteenlopende bronnen geleverd tussen 26 december 1601 en 3 januari 1602 (en niet een jaar later, zoals abusievelijk in deel XV is vermeld.) Aan de hand van Nederlandse bronnen, zoals Oud en Nieuw Oost-Indiën van François Valentijn, Het Land van Rembrand van Busken Huet en de Oost Indische Compagnie als zeemogendheid in Azië van N. Mac Leod, is gesproken over een Nederlandse overwinning en een smadelijke vlucht2 van de Portugese vloot. De mededeling van Valentijn dat Portugese historici de Zeeslag voor Bantam hebben uitgelegd als een Portugese overwinning en meer nog omdat Danvers, wiens studie is gebaseerd op Portugese bronnen, de bedoelde zeeslag zelfs niet noemt3, hebben mij genoopt mij grondiger te verdiepen in de Zeeslag bij Bantam in de laatste week van 1601. Besloten werd een moderne Portugese en een moderne Nederlandse bron te raadplegen, in de hoop dat deze eensluidend zouden zijn over de hoofdzaken van de bedoelde zeeslag. Ik heb met elkaar vergeleken de beschrijving van de zeeslag in het in 2001 verschenen boek Dodo’s en Galjoenen met het op het Internet gevonden artikel: “Batalhas e Combates da Marinha Portuguesa” Bantam - 25 a 30 de Dezembro de 1601. Het stuk, dat gepubliceerd is door de Associação Nacional de Cruzeiros, telt zeven pagina’s en is ontleend aan Batalhas e Combates da Marinha Portuguesa (Vol. IV) van Saturinho Monteiro. Het stuk bevat niet alleen een gedetailleerde beschrijving van de Zeeslag voor Bantam, maar beschrijft ook de opbouw en bewegingen van de vloot, die onder bevel wordt gesteld van Dom André Furtado de Mendoça, Deel XVI opent met een paragraaf over de bewegingen van de vloot van Dom André Furtado de Mendoça die uiteindelijk uitmondt in een verbeterde beschrijving van de Zeeslag voor Bantam, die wat de feiten betreft overeenkomt met de beschrijving van de zeeslag in Dodo’s en Galjoenen. In een opzicht wordt afstand genomen van de - overigens voortreffelijke beschrijving – van Saturino Monteiro, Hij heeft het nodig gevonden een zeer negatieve beschrijving te geven van het karakter van André Furtado de Mendoça, die nochtans met de leiding van de grote vloot belast is, wegens zijn uitstekende staat van dienst. Hij is in 1601 voor veel Portugezen de Hoffnungsträger bij uitstek, die het Império Português do Oriente uit de handen van een zeer agressieve vijand moest zien te redden. Bovendien blijkt vrijwel nergens uit de beschrijving van Saturino Monteiro dat het verguisde karakter van Dom André Furtado de Mendoça zijn beslissingen heeft beïnvloed, laat staan nadelig.

Een andere verhaallijn die is gestart in deel XV en die doorloopt naar deel XVI bestaat uit de beschrijving van de ontwikkelingen van de Anglo-Perzische betrekkingen, hetgeen van zeer grote invloed zal zijn op de Portugese positie in Azië. Hierbij is een belangrijke rol weggelegd voor de gebroeders Sir Anthony en Sir Robert Sherley. De broers zijn telgen uit het roemrijke geslacht Sherley of Shirley. Sir Anthony is in 1563 geboren in Wiston. Na zijn studie in Oxford te hebben voltooid, vertrekt hij in 1586 met de graaf van Leicester naar de Vereenigde Provinciën. In 1595 onderneemt hij, onder bescherming van de graaf van Essex, een expeditie tegen São Tomé en de Spaanse koloniën in Amerika. Twee jaren later wordt Sir Anthony door de graaf van Essex ter beschikking gesteld van Don Cesare d’Este, de natuurlijke zoon van de hertog van Ferrara, die paus Clemens VIII, het bezit van de hertogstitel betwist. Don Cesare heeft zich voor de komst van Sherley aan de paus onderworpen, waardoor de missie van Sherley niet meer van nut is. De graaf van Essex stelt hem dan voor zich naar Perzië te begeven om sjah Abbas te vragen of hij kan instemmen met een tegen de Ottomanen gericht verbond van christelijke vorsten en met het vestigen van commerciële relaties tussen Engeland en Perzië. Sir Anthony aanvaardt zonder aarzeling deze avontuurlijke missie. Hij scheept zich op 24 mei 1598 in Venetië in, met een gevolg van 25 personen, onder wie zich bevinden zijn broer Sir Robert Sherley, kapitein Powel, John Howard, John Parrot, die in Lahore zal overlijden en een artillerist, bedreven in de kunst van het gieten van kanonnen. Sherley heeft zijn eerste audiëntie met sjah Abbas in Qazvin. De sjah, die van een geslaagde campagne tegen de Oezbeken is teruggekeerd uit Khorāsān, ontvangt hem allerhartelijkst. Sherley is niet een echte ambassadeur: hij gedraagt zich als iemand die carrière heeft gemaakt en die aan de sjah zijn diensten en die van zijn kompanen komt aanbieden. Dankzij het vertrouwen van Allāh Verdy, opperbevelhebber van het Perzische leger, weet hij de tegen hem gerichte intriges te trotseren en een corps Perzische infanterie op te leiden dat in staat moet zijn het hoofd te bieden aan de Janitsaren. Ook dient dit corps sjah Abbas onafhankelijk te maken van de luimen van en de onrust onder zijn stamhoofden, waarop zijn leger steunt. Vervolgens stelt Sherley hem voor, om de vorst zijn volledige toewijding te bewijzen, met de vorsten van Europa een offensieve en defensieve alliantie tegen het Ottomaanse Rijk aan te gaan. Als waarborg voor zijn oprechtheid en goede trouw, biedt hij aan, bij zijn vertrek naar Europa, zijn broer Robert, wiens militaire talenten een grote hulp zullen blijken te zijn bij de campagne die gaat worden ondernomen, en vijf van zijn kompanen aan het hof van de sjah achter te laten. Sjah Abbas stemt met het voorstel in. Een ambassadeur van de Porte, die is gekomen om te praten over vernieuwing van de wapenstilstand die tussen het Ottomaanse Rijk en Perzië van kracht is, wordt zonder veel plichtplegingen de laan uit gestuurd en sjah Abbas biedt Sir Anthony aan deel te nemen aan de aanstaande campagne tegen de Ottomanen. Het gezantschap van Sir Anthony wordt vergezeld door Hussein ‘Ali Beyk, een man van middelmatige bekwaamheid, Voorzien van geloofsbrieven4 voor de vorsten van Europa, neemt Sherley afscheid van de sjah, die resideert in Isfahan. Hij begeeft zich naar Rusland. Na en zeer gevaarlijke reis arriveert hij in Moskou, waar men voorwendt hem niet te erkennen als ambassadeur van de sjah; alle eerbewijzen en alle voorkeursbehandelingen worden gegeven aan zijn metgezel Hussein ‘Ali Beyk, die onder zijn gezag is gesteld; de brieven waarvan Sir Anthony de drager is, worden hem ontnomen en zij worden geopend; tenslotte wordt hem formeel verboden betrekkingen te onderhouden met in Moskou woonachtige Engelse kooplieden. Na een verblijf van zes maanden, ontvangt Sherley verlof Moskou te verlaten om zich naar Arhangelsk te begeven. Daar kan hij zich inschepen naar Stettin. Hij arriveert tenslotte in de herfst van het jaar 1600 in Praag, waar hij plechtig wordt ontvangen door keizer Rodolphe II. Na een verblijf van drie maanden, verlaat Sir Anthony Praag om verder te reizen naar Rome. Daar aangekomen, wordt de ambassadeur van de Koning van Perzië het object van een pompeuze ontvangst door paus Clemens VIII. Hij verblijft in Rome tot de maand juli 1601. In die maand verlaat hij schielijk de Heilige Stad om zich in het geheim naar Venetië te begeven. De motieven voor dit overhaaste vertrek zijn een mysterie gebleven. Er is geopperd dat zijn papieren en de aan de diverse vorsten van Europa door sjah Abbas gerichte brieven, door een van de leden van het gezantschap zijn ontvreemd; zij zouden naar Istanbul zijn gebracht en bezorgd zijn aan de grootvizier. Zich niet veilig voelend, heeft Sherley gemeend zich onder de bescherming te moeten stellen van La Serenissima Repubblica di Venezia. Don Juan de Persia, van zijn kant, bevestigt dat Anthony Sherley een deel van de geschenken bestemd voor de christelijke vorsten in Moskou heeft verkocht aan Engelse kooplieden die zich hadden gevestigd in de Baltische haven van Moskou. Er zou een zeer hevige woordenwisseling hebben plaatsgehad in Siena, in tegenwoordigheid van de door de paus gezonden kardinaal, tussen Sherley en Hussein ‘Ali Beyk, toen deze de geschenken die men aan de paus had moeten geven, opeiste, maar die niet konden worden teruggevonden. Twee maanden later verlaat Hussein ‘Ali Beyk Rome. In Barcelona wordt hij ontvangen door de hertog van Feria, onderkoning van Catalonië, die hem begeleidt naar Valladolid, waar Philips III hem een plechtige audiëntie verleent. Tijdens zijn verblijf aan het Spaanse hof, die twee maanden duurt, geraken twee leden van het gezantschap ‘Ali Qoli Beyk, zijn neef, en Urūdj Beyk, zozeer bekoord door de pracht van de katholieke eredienst en het leven in Spanje, dat zij zich bekeren tot het katholicisme. De koning en de koningin van Spanje treden op als hun peter en meter en geven aan hen de namen Don Philippe en Don Juan. De ambassadeur van Perzië besluit over zee naar zijn land terug te keren en hij laat de voorgenomen bezoeken aan de vorsten van Engeland, Schotland, Frankrijk en Polen wachten tot betere tijden. Nadat hij van Philips III een gouden ketting ter waarde van 500 ecu’’s en een bedrag van 10.000 dukaten om zijn reis te bekostigen, heeft gekregen, gaat hij naar Lissabon om zich daar begin 1602 in te schepen voor Cabo da Boa Esperança en Ormoez. Hussein arriveert in de loop van de herfst in Ormoez; van zijn terugreis naar Perzië is ons niets bekend.


1 Zie pag. 218

2 Zie pag. 158

3 Danvers merkt daarover slechts het volgende op: “André Furtado was sent over to the Moluccas in the hope of recovering them. He first of all succeeded in driving the Dutch uot of Amboina and Soenda.” (zie Danvers deel II, pag. 123)

4 Sjah Abbas noemt Sir Anthonie Sherley in deze brieven zijn vriend, met wie hij dagelijks uit dezelfde schaal heeft gegeten en uit dezelfde beker heeft gedronken, zoals broers dat doen.

 

Hoofdstuk 1. De aanval van de Hollanders op de Estado da India 1.0. De vloot van Dom André Furtado de Mendoça

 

Colonialvoyage.com. All rights reserved. Copyright © 2009, Marco Ramerini

e-mail

eXTReMe Tracker