Geschiedenis van Portugal en de Portugezen overzee Deel 5
Arnold van Wickeren
Verantwoording
In mijn `Geschiedenis van Portugal en van de Portugezen over-zee' (ISBN 90-802098-1-3), dat eind 1994 door mijn werkgever Hogeschool Alkmaar werd uitgebracht, zijn veel belangwekkende zaken onbesproken gebleven. Vandaar dat het gebruikmaken van de VUT-regeling voor mij aanleiding is mijn oorspronkelijke boek, aan de hand van veel meer literatuur, uit te werken en uit te brengen in delen van ongeveer 220 pagina's, waarvan het aantal niet van tevoren is bepaald. De delen verschijnen in een beperkte oplage en zijn bestemd voor bibliotheken en voor ande re belangstellenden. Met de uitgifte wordt geen commercieel doel nagestreefd. Daarom is de uitvoering zo goedkoop mogelijk gehouden.
Ofschoon Portugal als speler op het Europese toneel een boeiende geschiedenis heeft, gaat mijn belangstelling toch vooral uit naar Portugals verrichtingen overzee; daarop liggen dus de accenten in dit boek. Het gaat dan om zaken als: de wereldwijde maritieme expansie in de 15e en de eerste helft van de 16e eeuw; het langzame verval van de Portugese positie in Azië in de tweede helft van de 16e eeuw en de vrijwel volledige teloorgang daarvan, door toedoen van de VOC, in de 17e eeuw; de strijd om Brazilië en de Portugese gebieden in West-Afrika tegen de WIC in de 17e eeuw; de bloei en het verlies van Brazilië in de 18e, respectievelijk de 19e eeuw; de uitbouw van het koloniale rijk in Afrika naar de binnenlanden aan het einde van de 19e en in de eerste helft van de 20e eeuw en het einde van de koloniale droom in onze tijd. Deze en soortgelijke zaken komen uitvoerig in mijn boek aan de orde. De bespreking van de ontwikkelingen in Portugal zelf en de verhouding van het land tot andere machten verschaffen de lezer de noodzakelijke achtergrondinformatie, van waaruit het optreden overzee kan worden begrepen.
In de verantwoording van deel IV heb ik laten weten dat het aanvankelijk de bedoeling is geweest in elk deel, naast de binnenlandse situatie in een bepaald tijdvak, de Portugese verrichtingen overzee in de verschillende continenten gedurende datzelfde tijdvak, te bespreken. Deze werkwijze zou de wereldwijde maritieme expansie van Portugal extra reliëf hebben gegeven. Vervolgens is medegedeeld dat deze werkwijze voor het eerste kwart van de 16e eeuw moest worden losgelaten, omdat Portugals machtsontplooiing langs de kusten van de Indische Oceaan en in Oost-Azië in die tijd zo'n grote vlucht neemt, dat alleen de bespreking daarvan verschillende delen vergt, zodat niet in elk deel tevens de expansie elders in de wereld behandeld kan worden. Een redelijk uitvoerige beschrijving van de Portugese geschiedenis, met inbegrip van de wereldwijde maritieme expansie, ten tijde van koning Manuel (1495-1521) vergt niet minder dan vier delen. In deel III is aandacht geschonken aan de binnenlandse situatie tijdens de regeringsperiode van Manuel en aan de Portugese positie in Marokko in hetzelfde tijdvak; daarnaast bevat deel III uitvoerige beschrijvingen van de eerste reis van Vasco da Gama naar Indië en van de reis van Pedro Álvares Cabral naar Brazilië en Indië. In deel IV zijn de expedities aan de orde gekomen die Manuel in de jaren 1501-1508 naar Oost-Afrika en Indië heeft gezonden. Ook de stichting van de Estado da India door Dom Francisco de Almeida, de eerste onderkoning van het Império Português do Oriente, is beschreven. Deel V gaat verder met de Portugese machtsontplooiing in Azië in de jaren 1509-1515, terwijl het tijdvak van Manuel besloten zal worden met deel VI. Daarin zal de commerciële expansie in de Estado da India in Azië in de jaren 1515-1521 besproken worden en komen ook de verrichtingen van de Portugezen elders in de wereld, zoals in Marokko en Senegambia, langs de kusten van de Golf van Guinée en in Congo, Angola, Ethiopië, Brazilië en Noord-Amerika) aan de orde.
Mijn keuze om elk deel uit circa 220 pagina's te doen bestaan, waardoor per deel vaak niet meer dan een beperkt tijdvak behan deld kan worden, brengt met zich mee dat bepaalde inleidende beschouwingen, zonder bezwaar ook in een of meer volgende delen opgenomen zouden kunnen worden. Dit zou echter tot vele dupliceringen leiden. Daarom heb ik ervoor gekozen de inleiden de beschouwingen over de politieke en economische situatie van een bepaald gebied alleen op te nemen in dat deel, waarin ver slag wordt gedaan van de eerste aanraking van de Portugezen met dat gebied. In een volgend deel, waarin de inleidende beschouwing niet zou misstaan, wordt daarnaar verwezen.
Dit vijfde deel bevat, anders dan eerdere delen, geen samenvatting van het in voorafgaande delen behandelde geschiedenis van Portugal en zijn maritieme expansie, daarvoor wordt verwezen naar voorafgaande delen van dit werk; wel wordt in de inleiding een samenvatting gegeven van de resultaten van de in de delen III en IV besproken expedities naar de Indische Oceaan, omdat deel V daarop direct aansluit. Het korte eerste hoofdstuk van deel V bevat een verhandeling over de Carreira da India (Vaart op Indië) in de aan deel V voorafgaande periode en heeft mitsdien ook een inleidend karakter. De volgende hoofdstukken zijn in hoofdzaak gewijd aan de daden van de tweede capitão-geral (kapiteingeneraal; gouverneur) van de Estado da India, Afonso de Albuquerque (1509-1515). Dit deel omvat derhalve de tijdelijke en de definitieve verovering van Goa, de nieuwe hoofdstad van het Império Português do Oriente, de verovering van het belangrijke Oostaziatische handelscentrum Malacca, het bereiken van de Specerijen-eilanden, de eerste expeditie naar de Rode Zee en de vergeefse aanval op de havenstad Aden, de inbezitneming van de grote transitohaven Ormoez, aan de ingang van de Perzische Golf, en de pogingen het monopolie op de goudhandel van Sofala te bemachtigen.
Anders dan uit deze opsomming wellicht zou kunnen worden geconcludeerd, wordt in deel V niet alleen aandacht geschonken aan de militaire kant van het Portugese avontuur in Azië. De militaire inspanningen zijn vooral gericht op commerciële doeleinden, zoals: het overnemen van de tussenhandel in Aziatische producten van de gehate moslims en van de Venetianen en het verwerven van het monopolie op de handel in peper en goud voor de Portugese kroon. Derhalve wordt ook ruim aandacht geschonken aan Aziatische handel en handelsstromen. Ook politieke, nautische, religieuze en andere aspecten komen aan de orde. Zoals gezegd, gaat dit deel vooral over de verrichtingen van Afonso de Albuquerque `o Grande' en over die van zijn soms illustere tegenspelers. Enkele malen is echter stilgestaan bij de soms opmerkelijke daden of wel zeer tragische lotgevallen van niet-hoofdrolspelers. Persoonlijk vind ik deze petites histoires het `zout in de pap', al kan de lezer daar anders over denken. Om de leesbaarheid van het boek te bevorderen, is afgezien van het opnemen van voetnoten. De index omvat een register van alle in de tekst voorkomende personen en geografische namen. Enige kaarten en een verklarende woordenlijst completeren het geheel.
Bij het schrijven van dit werk heb ik als het ware op de schouders gestaan van mijn voorgangers, dus van degenen die de soms tegenstrijdige gegevens uit de oorspronkelijke bronnen hebben geschift, geordend, vertaald en van annotaties hebben voorzien. Aan mij de taak uit de veelheid van boeken de meest bruikbare te kiezen. Hierbij heb ik enige waardevolle adviezen mogen ont vangen van Dr. Benjamin N. Teensma, die mij ook een aantal werken van zijn hand heeft doen toekomen. Voor beide zeg ik hem dank. Mijn dank gaat ook uit naar Prof. Dr. Leonard Blussé voor zijn bemoedigende reacties op de eerder verschenen delen.
Bij de beschrijving van de handelsstromen in Azië is dankbaar gebruik gemaakt van het monumentale werk L'économie de l'empire Portugais aux XVe et XVI siècles van Vitorino Magalhães-Godinho, Paris, 1969 en van het zeer gedegen proefschrift Asian Trade and European Influence in the Indonesian Archipelago between 1500 and about 1630 van Marie Antoinette Petronella Meilink-Roelofsz, 's-Gravenhage, 1962. De voor deel V relevante gedeelten van deze werken heb ik uitgeplozen. In aanvulling op deze boeken heb ik geraadpleegd: de inleiding van The survival of Empire: Portuguese Trade and Society in China and the South Chinese Sea, 1630-1754 van George Bryan Souza, Cambridge 1988 en Immanuel Wallersteins The Modern World-System: Capitalist Agriculture and the Origins of the European World-Economy in the Sixteenth Century, New York, 1974.
De beschrijving van de militaire campagnes zijn voor een belang-rijk deel ontleend aan The Portuguese in India van Frederick Charles Danvers, London, 1894. Hierbij heb ik telkens getwijfeld of ik de namen van de vele onderbevelhebbers die aan de ver-schillende expedities hebben deelgenomen, wel of niet zo over-nemen. Uiteindelijk heb ik dat wel gedaan, omdat de namen van sommigen van hen bij verschillende gelegenheden opduiken. Ik heb in die gevallen gerefereerd aan een of meer vroegere heldendaden van de betrokkene. Soms bleek in Danvers' boek, dat vooral gebaseerd is op Gaspar Correia's Lendas da India, sprake van inconsistenties, in die zin dat een kapitein zich op meerdere plaatsen tegelijk moet hebben bevonden; deze incon-sistenties zijn gesignaleerd.
De vermelde politieke en diplomatieke verwikkelingen zijn vooral ontleend aan de reeds genoemde werken van:
-
Godinho, Vitorino Magalhães: L'économie de l'empire Portugais aux XVe et XVIe siècles, S.E.V.P.E.N, Paris, 1969
en van
-
Danvers, Frederick Charles: The Portuguese in India, W.H. Allen & Co. Ltd., London, 1894
en voorts van:
-
Boxer C.R.: Race Relations in the Portuguese Colonial Empire 1415-1825, Clarendon Press, Oxford, 1963;
-
Cortesão, Jaime: História dos Descobrimentos Portugueses, Barbosa, Duarte: O Livro de Duarte Barbosa, Introdução e Notas de Neves Águas, Publiações Europa-America.
Geraadpleegde werken die speciaal betrekking hebben op de ontwikkelingen in Voor-Indië zijn:
-
Panikkar, K.M.: Malabar and the Portuguese: Being a History of the Relations of the Portuguese with Malabar from 1500 to 1663, Taraporevala Sons & Co., Bombay, 1929;
-
Pearson, N.M.: The Portuguese in India, Cambridge University Press, Cambridge, 1987.
Voor de expedities naar de Molukken zijn opnieuw geraad-pleegd:
en
en voorts:
-
Bokemeijer, Heinrich: Die Molukken: Geschichte und quellenmässige Darstellung der Eroberung und Verwaltung der Ostindische Gewürszinseln durch die Niederländer, F.A. Brockhaus, Leipzig, 1888;
-
Corn, Charles: Sporen van het Paradijs; Het verhaal van de Specerijenhandel, Uitgeverij Bert Bakker, Amsterdam, 1998.
Voor de contacten met Perzië en Zuid-Arabië is wederom gebruik gemaakt van:
en van
en voorts van:
-
Bayani, Kwanbaba: Les relations de l’Iran avec l’Europe Occidentale à l’epoque Safavide, Université de Paris, 1937;
-
Serjeant, R.P.: The Portuguese off the South Arabian Coast, Oxford at the Clarendon Press, London, 1963.
Maatgevend voor de beschrijving van de ontwikkelingen aan de kust van Oost-Afrika is geweest het gedegen boek van:
-
Axelson, Eric: Portuguese in South-East Africa 1488-1600, C. Struik (PTY) LTD, Johannesburg, 1973.
Voor de eerste contacten met China heb ik ook bekeken:
-
Boxer C.R.: Fidalgos in the Far East 1550-1770, fact and fancy in the history of Macão, Martinus Nijhoff, The Hague, 1948;
-
T’ien Tsê Chang: Sino-Portuguese trade from 1514 to 1644: A synthesis of Portuguese and Chinese sources, Late E.J. Brill Ltd, Leyden, 1969.
De eerste aanraking met Ethiopië is vooral beschreven aan de hand van:
-
Beshah, Girma and Merid Wolde Aregay: The question of the Union of the Churches in Luso-Ethiopian Relations (1500-1632), Junta de Investigações do Ultramar and Centro de Estudos Históricos Ultramarinos, Lisbon, 1964.
Voor de vermelde nieuwe ontdekkingen is voornamelijk geput uit:
-
Peres, Damião: A história dos descobrimentos portugueses, Vertente, Porto, 1982;
-
Peres, Damião: História dos Descobrimentos Portugueses, 4a edição, Vertente, Porto, 1992.
Velen hebben mij gestimuleerd bij het schrijven van dit deel. Mijn dank gaat uit naar Rob Struyk, van wiens kantoorapparatuur steeds gebruikgemaakt kon worden, en naar Piet Vermaas, die desgevraagd telkens bereid bleek voor mij op het World Wide Web naar gegevens te speuren. Ik betrek mede in mijn dank Fred Niesten en Fred de Groot van de reproductie-afdeling van Hogeschool Alkmaar, die mij in de gelegenheid hebben gesteld uit bibliotheken geleende boeken te kopiëren en die ook dit deel hebben gedrukt. Tenslotte spreek ik in het bijzonder mijn dank uit aan mijn vrouw, die – na mijn vervroegde uittreding uit het arbeidsproces – mij nauwelijks belast met huishoudelijke taken, maar mij alle gelegenheid geeft dit boek te schrijven.
De schrijver
Inleiding