COLONIALVOYAGE.COM

Geschiedenis van Portugal en van de Portugezen overzee

Portugal onder koning João III (1521-1557)

1.2 Bestuur en rechtspraak

DEEL 8 Hoofdstuk 1

Arnold van Wickeren

 

Geschiedenis van Portugal en van de Portugezen overzee

Deel 1: Het Iberisch schiereiland van prehistorie tot aan de komst van de Romeinen, de Romeinse tijd (200 v.Chr.- 400 n.Chr.) de koninkrijken van Sueven en Visigoten van moslimoverheersing tot onafhankelijk koninkrijk Portugal tot aan de stichting van het Huis Aviz Het begin van de maritieme expansie

Deel 2: Ontdekkings- en handelsreizen naar West-Afrika, Portugal ten tijde van Afonso V (1438-1481), De maritieme expansie ten tijde van João II (1481-1495)

Deel 3: Portugal onder koning Manuel I (1495-1521), De Portugese positie in Marokko, De eerste reis van Vasco da Gama naar Indië, Het verblijf in Calicut; de terugreis, De reis van Pedro Álvares Cabral

Deel 4: Meer reizen naar Indië, De Estado da India, De verrichtingen van Afonso de Albuquerque, Tristão da Cunha en Dom Francisco de Almeida (1506-1509), Het goud van Monomotapa

Deel 5: De Carreira da India, De eerste jaren van het gouverneurschap van Afonso de Albuquerque, Malacca, De Molukken en de Banda-eilanden, Albuquerque terug in Malabar, Malabar in de jaren 1513-1514, De kust van Oost-Afrika (1509-1515)

Deel 6: De Atlantische eilanden, Reizen naar de Nieuwe Wereld, De betrekkingen met Noordwest-Afrika, De betrekkingen met Congo en Angola, De Swahili-kust (1515-1521), De Estado da India, Expansie van het Império Português (1515-1521)

Deel 7: De ontwikkeling van Portugal tot maritieme en commerciële grootmacht, De verovering van Ceuta, Ontwikkelingen in scheepsbouw en navigatie, Monniken en kooplieden in Centraal-Azië, De Atlantische eilanden, Ontdekkings- en handelsreizen naar Afrika in de jaren 1443-1447; de eerste zwarte slaven, De maritieme expansie in de jaren vijftig van de 15e eeuw, Castiliaanse penetratie in de Golf van Guinée; de Verdragen van Alcáçovas (1479) en Toledo (1480), Pogingen van João II (1481-1495) meer invloed te verwerven in het binnenland van West-Afrika, Kanttekeningen bij de ontdekkingsreizen van Diogo Cão, Columbus en Portugal; het Verdrag van Tordesillas, Stokkende maritieme expansie?, De strijd om de handel in specerije, De reis van Fernão de Magalhães

Deel 8: Portugal onder koning João III (1521-1557), Het begin van de kolonisatie van Brazilië, Portugal in de problemen in Marokko, De goudhandel aan de Minakust, De verovering van het moslimkoninkrijk Granada, Het aandeel van Portugezen in de ontdekking van Noord-Amerika

Deel 9: De Atlantische eilanden en Opper-Guinée, De relaties met het koninkrijk Benin, De betrekkingen met Congo en Angola, De Swahilikust en de Carreira da India in de jaren twintig van de 16e eeuw, De Swahilikust en de Carreira da India van 1530 tot aan het overlijden van koning João III in 1557

Deel 10: De Estado da India in de jaren 1522-1526, De Estado da India in de jaren 1526-1538, De ontwikkelingen in het Verre Oosten

Deel 11: De Estado da India in de jaren 1538-1545, De Estado da India in de jaren 1545-1558, De Visserijkust, Coromandel, Bengalen en de Carreira da India, De Portugese expeditie naar Abessinië, De waarschijnlijke ontdekking van Australië

Deel 12: De Portugese bemoeienissen met Ceylon (1538-1558), Portugees Malacca (1538-1558), De handelsrelaties met China (1538-1546), Birma en Siam (1538-1558), Portugese kooplieden en missionarissen in Japan (1538-1558), De Molukken onder Portugees bestuur (1540-1558)

Deel 13: De vereniging van Portugal met Spanje (1557-1640), Sebastião’s rampspoed in Marokko (1415-1578), De Atlantische eilanden en West-Afrik (1420-1637)

Deel 14: Angola en Kongo (1565-1641), De Swahilikust (1557-1599)

Deel 15: De Estado da India in de jaren 1558-1581, De Estado da India in de jaren 1581-1597, De komst van Hollanders en Engelsen naar Indië 1597-1600

Deel 16: De aanval van de Hollanders op de Estado da India, Overige verwikkelingen in de Estado da India, De Portugezen aan de Tamilkust in de Periode 1560-1640

Deel 17: De teloorgang van Portugals positie in Azië: de Estado da India in de periode 1622-1640, De Portugezen in Bengalen, Portugezen, Spanjaarden en Hollanders in Siam en Achter-Indië

 

Arnold van Wickeren

 

Geschiedenis van Portugal en van de Portugezen overzee. All rights reserved. Copyright © 2008, Arnold van Wickeren

Geschiedenis van Portugal en de Portugezen overzee Deel 8
Arnold van Wickeren

Hoofdstuk 1

Portugal onder koning João III (1521-1557)

1.2 Bestuur en rechtspraak.

De lange regeringsperiode van João III valt uiteen in twee perioden, die zich onderscheiden op de volgende terreinen: de economische situatie, de verhouding tot de religie, de culturele politiek en zelfs de psychische gesteldheid van de koning. De tolerante Renaissance-prins, die openstaat voor nieuwe denkbeel-den uit het buitenland, die geprezen wordt door humanistische geleerden en die daarvan geniet, de ware mecenas, verandert in een enghartige heerser, die zich geheel verlaat op de jezuïeten en van hen die een strikte doorvoering van de politiek van de Contra-Reformatie voorstaan. Hij laat uitgerekend degene die hij voorheen uitgenodigd heeft naar Portugal te komen, arresteren en veroordelen. Hij neemt beschikbaar gestelde fondsen en sub-sidies weer af, sluit scholen en isoleert zich van externe invloeden. De moeilijke economische situatie en militaire achtergrond kunnen tot op zekere hoogte de grote veranderingen, die zich in de jaren veertig in Portugal voordoen, verklaren. Mogelijk zijn het ook persoonlijke tegenslagen die de koning hebben beïnvloed. De vorst heeft het verlies te verwerken van zijn negen kinderen en van vijf broers en zussen. De meesten van hen sterven aan het einde van de jaren dertig en in het begin van de jaren veertig. De koning en zijn vrouw zoeken vertroosting in hun geloof op het fanatieke af en zij verwijten zichzelf vroeger te tolerant te zijn geweest voor ketters, joden en andere 'verloren’ katholieken.

Bij het overlijden van prins Jorge, een bastaardzoon van Dom João II, sanctioneert de paus de samenvoeging van de militair-religieuze orden van Santiago en van Avis, waarvan de koning van Portugal in naam gouverneur wordt. De bezittingen van de nieuwe orde worden toegevoegd aan die van de kroon, die voor het eerst meer dan de helft van het land beslaan, een feit dat van enorm belang is voor de versterking van de koninklijke macht. De nationalisatie van de orden gaat gepaard met hun secularisatie, dat wil zeggen dat de leden voortaan mogen trouwen en privébezit kunnen verwerven.

De hoogste geestelijke ambten zijn voorbehouden aan de zonen van de koning. Afonso, een zoon van Dom Manuel I, is in 1517, toen hij nog maar acht jaar oud was, tot kardinaal verheven en zijn broer Henrique, grootinquisiteur van 1539-1580 en toekom-stig koning, wordt in 1545, kardinaal. Hij heeft dan de voor het ambt meer geschikte leeftijd van 33 jaar. Bij het kwaad dat bij de benoeming afkomst meer telt dan geschiktheid, doet zich het euvel voor van de accumulatie van geestelijke ambten. Afonso is op een bepaald moment aartsbisschop van Lissabon, maar ook bisschop van Évora, Guarda en Viseu en Henrique is achtereen-volgens aartsbisschop van Braga, Évora en Lissabon. Accumu-latie van lagere kerkelijke ambten komt ook veel voor. Naast de al langer bestaande aartsbisdommen Braga en Lissabon en de diocesen Porto, Lamego, Viseu, Coimbra, Guarda, Évora en Silves, ontstaan nieuwe bisdommen: Miranda do Douro en Leiria in 1545 en Portalegre in 1549, waaraan in 1570 nog Elvas zal worden toegevoegd. In 1540 wordt het rijkste diocees van het land, Évora, tot aartsbisdom verheven.

De hervorming van kloosterorden, die dominicanen, karmelieten, augustijnen en andere orden raakt, is ver voor 1550 gestart, maar krijgt haar beslag na het Concilie van Trente (1545-1563). De hervorming betreft: het verbod krijgsdienst te verrichten en persoonlijke eigendommen te bezitten, de methoden om klooster-lingen te werven, de verkiezing van abten en de nadruk op disci-pline en gehoorzaamheid. Om te voorzien in een minimum aan eigen bestaansmiddelen worden kloosters samengevoegd en opgeheven, wat overigens geenszins een vermindering van het aantal kloosters inluidt, want vorsten, edelen en nieuwe rijken willen maar al te graag hun naam verbinden aan die van een nieuw gesticht klooster of zelfs een nieuw gestichte kloosterorde. Aan het einde van de 15e eeuw zijn de kapucijnen vanuit Castilië in Portugal gearriveerd. In 1539 sticht de hertog van Aveiro de Arrábidos en in 1540 arriveren de jezuïeten in Portugal (zie hierna). De groei van het aantal kloosters en kloosterlingen is mogelijk door de toename van de bevolking.

Vooral na de afkondiging van het Regimento dos Corregadores in 1524 krijgt de corregador, de vertegenwoordiger van de koning, in alle provincies: Entre Douro e Minho, Trás-os-Montes, Beira, Estremadura, Alentejo en de Algarve, meer invloed op de lokale rechtspraak. De corregadores bemoeien zich in toenemende mate met alle soorten zaken en tonen daarbij weinig respect voor de lokaal verkozen rechters. Hun optreden, dat vaak protesten uitlokt, maakt duidelijk dat er nieuwe tijden zijn aange-broken. Vanaf 1538 worden de meeste rechters betaald uit de schatkist. Voorheen bood de bevolking de rechters onderdak en voedsel aan, wat tot veel misbruik en klachten leidde.

Naast de Casa do Civel en de Casa da Justitia of Casa da Suplicação, die de tendentie tot grotere centralisatie en striktere controle door magistraten die dichter bij de koning staan uitdrukken, heeft João II al een nieuwe rechtbank gesticht, het Tribunal of Mesa do Desembargo do Paço. De Mesa behandelt petities inzake de verlening van gratie, privileges, vrijstelling van belastingen en wetgeving. De Mesa is een typische instelling ten tijde van de Renaissance; het is een goed voorbeeld van een centraal bestuurs-orgaan, dat zich inlaat met zowel juridische als met bestuurs-aangelegenheden. In 1532 voegt João III aan bovenstaande recht-banken nog een vierde toe: de Mesa da Consciência e Ordens, die belast is met de verantwoordelijkheid voor religieuze zaken in Portugal en overzee. Dit tribunaal, waarin vooral geestelijken zitting hebben, maar dat door de het overgrote deel van de geestelijkheid wordt verafschuwd, wordt al snel een subtiel middel van de koning om zich te mengen in kerkelijke zaken. De koning plaatst de religieus-militaire orden onder toezicht van de Mesa. Aan nog een nieuwe rechtbank, die van de Inquisitie, wordt later afzonderlijk aandacht besteed.

Tegen 1557 is de bevolking van Lissabon toegenomen tot 100.000 mensen. Velen van hen zijn naar de stad gekomen, aangetrokken door de verhalen over haar grote rijkdom. Anderen zijn slaven, geschat op circa tien procent van de bevolking. Zij zijn sjouwers, boodschappers, waterdragers en wasvrouwen. Cleynaerts merkt met enige overdrijving op dat zij en de gevan-gengenomen moslims al het werk opknappen. Maar een veel groter probleem dan de groei van de stadsbevolking is de ontvolking van het platteland. Veel Portugese boeren zijn naar Sevilla getrokken, van welke stad een kwart van de bevolking uit Portugezen zou bestaan, wat een overdreven schatting lijkt.

De favorieten van João III zijn de grafen van Castanheira (Dom António de Ataíde) en van Vimioso (Dom Francisco de Portugal). De laatste heeft ruzie gehad met João’s secretaris, de bisschop van Viseu, en de koning benoemt in zijn plaats Pedro de Alcáçova Carneiro, wiens vader koninklijk secretaris is geweest. Hij weet grote invloed aan het hof te verwerven, die tot ver in de volgende regeringsperiode voortduurt.

João’s erfgenaam, eveneens João, trouwt in december 1552 met zijn nicht Juana, dochter van Karel V. Hij sterft een van de eerste dagen van 1554 en kort daarna, op 19 januari, baart zijn weduwe een zoon, Sebastião. Als João III op 11 juni 1557 aan een beroerte sterft, na 36 jaar geregeerd te hebben, volgt de driejarige Sebastião hem op.

1.3 Culturele aspecten.

Colonialvoyage.com. All rights reserved. Copyright © 2009, Marco Ramerini

e-mail

eXTReMe Tracker