Torre de Belém, Lisbon, Portugal. Author Daniel Feliciano. Licensed under the Creative Commons Attribution-Share Alike
Torre de Belém, Lissabon, Portugal. Auteur Daniel Feliciano. Licensed under the Creative Commons Attribution-Share Alike

De commerciële bloeitijd van Macau. De opkomst en bloei van Macau

Deel 20 Index

Hoofdstuk 1

De opkomst en bloei van Macau

1.2 De commerciële bloeitijd van Macau

Geschreven door Arnold van Wickeren

De periode tussen 1582 en het decennium na de tragische verwoesting van de Onoverwinlijke Armada in 1588 kan worden beschouwd als de bloeiperiode van Macau, gelet op de ongestoorde en toenemende commerciële welvaart. De voorspoedige jaren zijn nauwelijks begonnen als de jonge kolonie wordt overrompeld door bezorgdheid en vrees voor de gevolgen van het sneuvelen van Dom Sebastião in de dramatisch verlopen Slag van Alcacer Kébir in 1578 en de verwerving van de Portugese Kroon door Philips II van Spanje in 1580. Het droevige nieuws wordt in 1582 naar Macau overgebracht door de Spaanse jezuïet Alonso Sánchez, die als ambassadeur naar Macau is gezonden door Don Gonzalo Ronquillo de Peñaloze, de gouverneur van Manila. Alonso Sánchez stelt met een maximum aan tact de vereniging van de Kronen van Portugal en Spanje zodanig voor dat de kolonie zo min mogelijk geschokt wordt. Eerst licht hij deze gebeurtenis toe aan de bestuurders en kerkelijke leiders en in tweede instantie houdt hij een welsprekend betoog voor de casados. Tenslotte zweert de gehele kolonie trouw aan koning Filipe I van Portugal (Philips II van Spanje), terwijl overal in Macau de Portugese vlaggen blijven wapperen.

Het eerste dat de verschrikte inwoners van Macau doen is het plaatsen van de kolonie buiten het bereik van de Spaanse gouverneurs. Want als de Portugezen in Macau zouden worden gereduceerd tot gewone Spaanse onderdanen en als dan de poort tot Macau zou worden geopend voor Spanjaarden zoals verwacht mag worden, dan komt er direct een einde aan het Portugese monopolie van de handel in Chinese zijde en andere producten met Japan en dit zou niet kunnen worden hersteld. De inspanningen van de Portugezen zijn er nu op gericht hen in feite los te maken van de Kroon van Castilië ofschoon zij koning Philips als hun soeverein hebben erkend.

De vergadering, voorgezeten door bisschop Belchior Carneiro, de meest prominente leider van de nieuwe beweging, besluit ten gunste van een senatoriale regering, gebaseerd op het gemeentelijke stemrecht. Deze beslissing wordt gerechtvaardigd op basis van het feit dat zulk een stemrecht eertijds als koninklijke gunst aan verschillende steden in Portugal is verleend. De Senado da Câmara van Macau wordt gesticht en wordt door Dom Francisco Mascarenhas, graaf van Villa da Horta, vice-rei van de Estado da India (1581-1584) gesanctioneerd. In 1586 verleent Dom Duarte de Menezes, graaf van Tarouca, vice-rei van Portugees Indië (1584-1588), de Senado da Câmara van Macau dezelfde privileges die de Senado da Câmara van Cochin heeft. Macau bezit daarmee de legale status van een Portugese stad, die daarom – zoals eerder vermeld – formeel genoemd wordt Cidade do Nome de Deos do Porto de Macau na China.

In 1584 verleent de Keizer van China de Procurador van Macau een mandarinaat van de tweede graad. In de officiële correspondentie met de Chinezen wordt de Procurador I-mu of Hoofdinspecteur van de Vreemdelingen genoemd. De Ouvidor wordt een beperkte jurisdictie toegekend over Chinezen die in Macau wonen. De belangrijke zaken zijn echter voorbehouden aan de Prefect van Hsiang-shan. Maar omdat deze regeling in de praktijk niet voldoet wordt de Ouvidor zijn macht over Chinese burgers van Macau in 1587 ontnomen. De Portugezen zijn wel ingenomen met deze verandering, omdat enige juridische macht in Macau van de Chinese Keizer de Spanjaarden op afstand houdt. In feite breekt er voor Macau een tijdvak aan waarin de Portugezen Chinese bescherming genieten tegen buitenlandse agressie. Dat Macau een zekere mate van onafhankelijkheid van Spanje bezit, wordt door koning Philips II min of meer stilzwijgend erkend. Hij vreest dat interventie in de zaken van Macau tot een openlijke revolutie zal leiden. Ondanks de semi-onafhankelijke status van Macau zal de stad het lot delen van het Spaanse Rijk.

In Macau is een Chinees douanekantoor waar belasting op geïmporteerde en geëxporteerde goederen alsmede liggelden dienen te worden afgerekend. Als er een schip in de haven arriveert, wordt het personeel van het douanekantoor daarover geïnformeerd door de Procurador die hen de vrachtpapieren geeft. Op een vastgestelde dag gaat de chef van het douanekantoor of zijn plaatsvervanger, vergezeld van de Procurador en de kapitein van het schip aan boord om vast te stellen hoeveel belasting dient te worden betaald. De waarde van de lading wordt vastgesteld en de belasting wordt betaald. Hierna kunnen de ingeklaarde goederen voor distributie naar Canton worden gezonden. De douane wordt ook op de hoogte gebracht als een schip gaat vertrekken. Het bedrag van de liggelden is afhankelijk van de grootte van het schip en van het aantal ligdagen. Portugese oorlogsschepen behoeven geen liggelden te betalen. De belastinggelden worden gestort in de provinciale schatkist van Canton.

Ofschoon het Chinezen verboden is naar het buitenland te zeilen, dienen Chinese handelaren niet alleen belasting over ingevoerde, maar ook over uitgevoerde goederen te betalen. Zij dienen deze hef-fingen te verrekenen met de Portugezen die voor hen geëxporteerde goederen naar het buitenland hebben gebracht en die daar goederen voor de Chinese markt hebben gekocht en mee teruggebracht. Later komen de Portugezen naar Canton om daar exportgoederen te kopen. In 1579 wordt in Canton ook een douanekantoor gesticht dat de heffingen op de export van de Portugezen int en het douane-kantoor in Macau int vanaf dat moment nog slechts invoerheffingen en liggelden. De Portugezen geven de mandarijn die toestaat dat zij inkopen komen doen in Canton een jaarlijks present ter waarde van 4.000 taëls. In de maand januari beginnen de Portugese handelaren in Canton goederen in te kopen die zij uitvoeren naar Manila, Indië en Europa en in juni beginnen zij goederen in te kopen voor Japan. Zodoende kunnen zij de goederen tijdig verzenden met de zuidwest-, respectievelijk met de noordoost-moesson. Vergeleken met andere buitenlandse handelaren genieten de Portugezen grote voordelen; zij betalen niet meer dan circa eenderde van de heffingen die andere buitenlanders moeten betalen. Als een Portugees schip vergaat en de bemanning wordt door een Chinees schip gered, dan worden de geredde zeelieden op kosten van de keizer naar Macau gebracht.; door Chinezen geredde zeelieden van andere landen krijgen daarvoor de rekening gepresenteerd.

De belangrijkste landen waarnaar de Portugezen Chinese goederen brengen zijn Japan, Manila, Siam, Malakka, Goa en Europa. De tijd is erg geschikt voor de Portugezen om hun commerciële belang in Japan te behartigen. Wegens de Japanse piraterij langs de Chinese kust heeft de Chinese regering sedert het midden van de zestiende eeuw de belangrijke Sino-Japanse handel krachtig onderdrukt. De eens zeer profijtelijke handel is gereduceerd tot geheime handel. Daarbij worden zo weinig Chinese goederen in Japan aangeboden dat aan de Japanse vraag naar Chinese goederen bij lange na niet wordt voldaan. Als de Portugezen zich met de Sino-Japanse handel gaan bemoeien ontstaat een nieuwe commerciële band tussen China en Japan. Bovendien wijst de genereuze wijze waarop Portugese koopvaarders in die tijd in Japan worden ontvangen erop dat de Portugezen alle gelegenheid krijgen hun handel in Japan uit te breiden.

Volgens Engelbert Kaempfer, die Japan in de jaren 1690-1692 heeft bezocht en wiens werk The History of Japan, veel voor latere auteurs bruikbare informatie bevat, kunnen vreemdelingen die Japan in de zestiende eeuw bezoeken, het land binnen komen via de haven van hun keuze en zij kunnen Japan bereizen op welke wijze zij maar willen. De Portugezen maken niet alleen gebruik van deze mogelijkheid, maar zij worden zeer liefdevol ontvangen door de vorstin van het eiland Kyushu, die de vreemdelingen uitnodigt zich in haar gebied te vestigen. Dit is begrijpelijk, merkt Andres Ljungstedt op, want de onbeduidende vorsten en de lokale autoriteiten ontvangen van de Portugese handelaren fraaie giften en de kooplieden profiteren daarvan; zij zetten hun waren in heel Japan af tegen hoge prijzen. Volgens Kaempfer bedraagt de winst op in Japan verkochte goederen tenminste honderd percent. “De Japanners, nieuwsgierig als zij zijn naar vreemde zaken waarvan zij de waarde niet kennen, zijn bereid iedere gevraagde prijs te betalen”. In 1590 wordt Nagasaki het grootste centrum van de Luso-Japanse handel.

Omdat er een overvloed aan goud in Japan is, is de opbrengst van Chinees zilver hoog in Japan. Naast zilver verhandelen de Portugezen in Japan Europese en Indiase curiositeiten, kunstwerken, vuurwapens, drugs, reukstoffen, wijn, katoenen- en wollenstoffen, ruwe zijde, andere producten uit China en andere zaken. Omdat de Japanners alles wat zij importeren met goud betalen, bedraagt de goudimport van Macau in de hoogtijdagen van de handel met Japan – volgens Kaempfer – 300 ton per jaar. François Valentijn en Arnoldus Montanus geven een geloof-waardiger schatting van 60 à 70 ton goud per jaar. Sommige Portugese kooplieden trouwen een dochter van een rijke Japanner. Met het aanknopen van bloed- en sociale banden wordt de positie van de Portugezen versterkt.

De handel tussen Canton en Manila is in handen van de Portugezen, omdat de Spanjaarden daarvan zijn uitgesloten. In de Acht Vredesartikelen tussen Spanje en Portugal en de Portugese acceptatie van Philips II in 1583, hebben de Portugezen in Macau het exclusieve recht verworven handel te drijven met alle Portugese gebieden ter wereld, alsmede met Spanje, Peru en Manila. De handel in Chinese goederen met Manila is geen Portugees monopolie, omdat de inwoners van Fukien eveneens handeldrijven met deze Spaanse havenstad.

In 1590 doet zich een ongelukkig voorval tussen Portugezen en Spanjaarden voor. De zevende Gobernador y Capitán-General van de Filippijnen Gomez Perez Dasmariñas (1590-1593) zendt een schip naar Macau met geld voor de aankoop van ammunitie voor het fort van Manila en voor fortificaties elders in de Filippijnen. De kapitein van het schip heeft ook geld van inwoners van Manila die daarvoor goederen willen kopen. Om de Spaanse vriendschap voor de Portugezen van Macau te tonen belooft de kapitein van het Spaanse schip de Portugese Capitão-mor van Macau gunsten en steun bij alles wat deze nodig zal hebben. De Portugezen, evenwel, die vrezen voor verlies van hun profijtelijke handel als de Spanjaarden wordt toegestaan naar Macau te komen, zijn in het geheel niet onder de indruk van de Spaanse betuigingen van vriendschap en beloften hulp te bieden. Bij aankomst van het Spaanse schip in de haven nemen de Portugezen zowel het schip als het grote geldbedrag. Er wordt een onderzoek ingesteld, dat al spoedig wordt geseponeerd. De Portugese claim wordt gerecht-vaardigd geacht. De reden is duidelijk: Koning Philips II wil in geen geval de Portugezen van zich vervreemden en hij streeft naar harmonieuze relaties tussen Spanjaarden en Portugezen. In 1594 vaardigt de koning een decreet uit dat handel verbiedt tussen de Filippijnen en Mexico met China. De koning toont zich weinig ingenomen met het Spaanse streven handel met China te drijven. De Portugese onderkoning in Indië ontvangt instructies de Spanjaarden af te houden van deze handel die is voorbehouden aan de Portugese onderdanen van de koning.

Het is interessant te zien welke houding de Chinezen tegenover de Spanjaarden innemen. Volgens Spaanse bronnen willen de Chinezen gaarne met de Spanjaarden handeldrijven. In de officiële Spaanse documenten inzake het onderzoek naar het ongelukkige voorval van 1590 laat een van de getuigen het volgende weten. Een Spaanse getuige spreekt met de Capitão-mor van Macau en met een mandarijn. De laatste zegt: “Laat de Spanjaarden naar hier komen om handel te drijven; want de inwoners van uw land komen hier niet met de Chinezen handeldrijven, zoals de Portugezen doen”. De Spanjaard antwoordt: “Wij worden daarbij gehinderd door de Portugezen, die niet willen dat wij komen.” Daarop zegt de mandarijn geërgerd tegen de Portugese Capitão-mor: “Hoe zit dit, behoort het land waar jullie wonen dan niet aan de koning van China? De Portugees weet hierop niets te zeggen.” De mandarijn went zich vervolgens tot de Spaanse getuige en voegt aan zijn opmerking toe: “Hoor eens, Castiliaan, vanaf nu komen jullie hier naar toe om handel te drijven en jullie trekken je niets aan van de Portugezen, want wij geven jullie alles wat je nodig hebt, evenals een paspoort.” De Spanjaard merkt daarop op dat het beter is zijn landgenoten een stukje land bij Canton toe te wijzen, waarop zij zich kunnen vestigen. De mandarijn belooft zich hiervoor in te zetten en hij vraagt de Spanjaard met hem mee te komen. Deze antwoordt dat hij in deze zaak niet bevoegd is en hij neemt zijn eigen zaken weer op zich en gaat dus niet met de mandarijn naar Canton, en er komt niets van het plan terecht.

Het hiervoor aangehaalde document is in zoverre van belang dat daaruit zou kunnen worden geconcludeerd dat de Chinese autoriteiten geen voorstanders zijn van een Portugees monopolie in de handel tussen Canton en Manila en dat zij daarom de Spanjaarden aanmoedigen naar Macau te komen. Er dient echter op te worden gewezen dat het Portugese monopolie over de handel tussen Canton en andere landen een weloverwogen commerciële politiek van China is. China is niet alleen bereid dit monopolie toe te staan, maar begunstigt dit zelfs, omdat het systeem goed werkt. Dit laatste blijkt daaruit dat de Chinezen een voor de Portugezen zeer voordelig belastingsysteem hanteren en dat Portugese oorlogs-schepen zelfs geheel onbelast blijven. De Chinese houding kan gemakkelijk worden verklaard. Het Portugese monopolie is niet wenselijk, want het geeft de Portugezen macht over de prijzen en goederen die worden aangevoerd, maar het heeft ten minste een groot voordeel en dat is dat het de Chinese havens behoedt voor ruzies die het gevolg zouden zijn van competentie geschillen met deze weinig scrupuleuze en ongeremde handelaren uit Europa. Het is mogelijk dat een of andere mandarijn de Spanjaarden heeft uitgenodigd naar China te komen, maar het is ongeloofwaardig dat de Chinese autoriteiten erop uit zijn geweest competitie tussen vreemdelingen aan te moedigen.

De relaties tussen Portugal en Siam zijn van meet af aan hartelijk geweest. Enige jaren nadat Malakka vast in Portugese handen is gekomen, heeft de regering van Malakka voorstellen gedaan om een factorij in Siam te stichten, waarmee de koning van Siam heeft ingestemd. De factor en zijn staf hebben zich zodanig tegenover het Koninklijke hof gedragen, dat de Portugezen al spoedig de vreemdelingen met de meeste privileges zijn1. De handel tussen China en Siam is grotendeels zo niet geheel in Portugese handen. De Siamese kooplieden, die met China individueel handeldrijven, bieden maar zwak weerstand aan de goed georganiseerde regeringsfactorijen van de Portugezen. Hier, meer dan overal elders, weten zij hoe zij de vriendschapsbanden met de inheemse bevolking kunnen verstevigen. Het is aan deze invloed te danken dat de Siamezen enige tijd onwillig zijn geweest de Hollanders toe te laten.

Na 1542 herleeft de welvaart van Malakka gestadig. Dit is een gevolg van het optreden van Martim Afonso de Sousa, capitão-geral van de Estado da India (1542-1545) tegen de tirannie en de hebzucht van de Portugese officieren, door hen strikt voor te schrijven hoe te handelen en door de heffing van import- en exportbelasting ten bate van ’s konings schatkist in de gaten te houden. Het wordt opnieuw een centrum waar alle landen uit het Verre Oosten, India en Perzië de producten uit hun land ruilen. Veel van China’s koopwaren afkomstig van Macau gaan ook in Malakka van de hand, waar kooplieden uit andere landen deze van de Portugezen kopen.

De commerciële en politieke relaties van Macau met Goa, de hoofdstad van Portugees Indië, zijn zeer nauw; de export van Macau naar Europa loopt via Goa. De handel met Europa is een monopolie van de Kroon. Een koninklijke vloot bestaande uit galeãos en naus, geladen met glaswerk, kristal, wollenstoffen, scharlakenrode kleding, Portugese wijnen en klokken die zijn vervaardigd in Engeland en Vlaanderen zeilt ieder jaar naar Goa. Deze zaken worden in Azië geruild tegen andere producten in de havens die de schepen aandoen. Na Goa wordt Cochin aangedaan, waar kostbare stenen en specerijen worden geruild; in Malakka worden meer specerijen en sandelhout van Soenda betrokken. Als de vloot vervolgens Macau aandoet, is zij geladen met zowel Europese als oosterse producten. Deze worden in Macau geruild voor zijde, die tezamen met het restant van de lading, bestemd is voor de Japanse markten, waar ongemunt goud verkregen wordt. Na een verblijf van enige maanden in Macau keert de vloot huiswaarts met goud, zilver, parels, zijde, muskus, ivoor en houten sculpturen, porselein, lakwarwn, enz. Het is zonneklaar dat de winsten enorm moeten zijn als schepen met zulke kostbare goederen terugkeren in Lissabon, dat het grootste distributiecentrum van oosterse goederen in Europa is. Daar de oosterse handel gereserveerd is voor de Kroon, is een van de grootste koninklijke gunsten die een vazal kan verwerven een of meer schepen met handelswaar aan de koninklijke vloot te mogen toevoegen.

De soorten koopmansgoederen die China importeert en exporteert blijven tegen het einde van de zestiende eeuw voor het grootste deel dezelfde die zij al vele jaren zijn. Europese goederen zoals klokken, wollenstoffen etc. zijn nieuw op de Chinese markten. Er zijn geen statistieken beschikbaar, die ons inzicht kunnen verschaffen in het volume van de exporten en importen. Een kleine en onnauwkeurige aanwijzing betreffende de Chinese exporten vinden we in Asia Portugueza van Manuel de Faria e Sousa, waarin wordt vermeld dat de jaarlijkse export van ruwe zijde van China 5,300 dozen bedraagt. Iedere doos bevat 100 rollen fluweel of damast en 150 rollen van een lichtere stof. Martino Martini spreekt in zijn Atlas Sinensis over slechts 1,300 dozen, naast 2,200 of 2,500 staven goud, die ieder tien taëls wegen, 800 pounds muskus; naast zaadparels, kostbare stenen, Chinese waren, suiker en een grote verscheidenheid aan andere zaken. Na 1582 doet zich een belangrijke innovatie voor in de handel met China, zilver wordt een middel in de commerciële transacties tussen Chinezen en Portugezen. Ruilhandel is geen continu proces en voortaan worden belastingen ook betaald in taëls en deze zullen tot in de twintigste eeuw een ruilmiddel blijven in de Chinese buitenlandse handel.

1 Zie deel VI, § 7.7

Hoofdstuk 2 De komst van andere Europeanen naar het 2.0 De Spanjaarden

x

Check Also

Torre de Belém, Lisbon, Portugal. Author Daniel Feliciano. Licensed under the Creative Commons Attribution-Share Alike

De Malediven. Expansie van het Império Português (1515-1521)

Deel 6 Index Hoofdstuk 7 Expansie van het Império Português (1515-1521) 7.1 De Malediven Geschreven door Arnold van ...

banner
Close
GDPR
EU laws require that we request your consent to the use of cookies. We use cookies to ensure that our site works properly. Some of our advertising partners also collect data and use cookies to publish personalized ads.




Subscribe to our YOUTUBE channel: