Torre de Belém, Lisbon, Portugal. Author Daniel Feliciano. Licensed under the Creative Commons Attribution-Share Alike
Torre de Belém, Lissabon, Portugal. Auteur Daniel Feliciano. Licensed under the Creative Commons Attribution-Share Alike

De kolonisatie van de van de Madeira-archipel

Deel 7 Index

Hoofdstuk 5

De Atlantische eilanden

5.0 De kolonisatie van de van de Madeira-archipel

Geschreven door Arnold van Wickeren

Henrique keert eind 1418 of begin 1419 van zijn tweede verblijf in Ceuta terug en neemt het ambt van gouverneur van de Algarve op zich. Kort daarna geeft hij twee jonge landjonkers, João Gonçalves Zarco en Tristão Vaz Teixeira, opdracht een schip uit te rusten om uit te varen `op zoek naar het land Guinée’. De twee bevonden zich op de vloot die Ceuta moest ontzetten en hebben Henrique gevraagd hun een kans te geven zich te onderscheiden. Zarco en Teixeira vertrekken in een barca, een klein kustschip met één vierkant zeil. Zij varen voor de noordenwind naar het zuiden, maar worden na een paar dagen overweldigd door een verschrikkelijke oostenwind, de Levantijn die regelrecht uit de Middellandse Zee waait en hen hulpeloos langs de Afrikaanse kust de lege en onbekende Atlantische Oceaan injaagt. `Geleid door God’ landen zij op een klein onbewoond eiland, dat later Porto Santo blijkt te zijn. Terug in Portugal leidt Henrique uit hun verslag af dat Porto Santo zeer geschikt is voor kolonisatie. Het plan dit eiland met kolonisten te bevolken krijgt voorrang op andere plannen, zoals ontdekkingstochten naar Guinée.

Henrique zendt een expeditie uit naar Porto Santo. Aan de beide lei-ders, João Gonçalves Zarco en Tristão Vaz Teixeira, wordt een derde toegevoegd, Bartolomeo Perestrello, een jong Italiaans edelman behorend tot de hofhouding van Henrique. Honderd geselecteerde kolonisten gaan aan boord, met medeneming van levend vee, zaden en landbouwgereedschappen. Perestrello neemt een drachtig konijn mee aan boord van zijn schip. Begin 1420 zeilen de twee of drie schepen uit vanaf de Algarve.

In datzelfde jaar arriveert meester Jacomo uit Mallorca in Dom Henriques hoofdkwartier. Hij is een instrumentmaker en cartograaf van naam. Wellicht is het dezelfde persoon als Jahuda Cresques, de zoon van Abraham, die in 1375 voor de Franse koning Charles V een schitterende atlas vervaardigd heeft. Deze Jahuda Cresques heeft 40 jaar eerder in dienst gestaan van de koning van Aragón. Niet zeker is of de aankomst van de cartograaf valt vóór of ná de eerste reis van Zarco en Teixeira. In het eerste geval heeft Henrique de jonge edellieden op zoek naar Guinée gezonden, nadat en wellicht omdat hij hun een door meester Jacomo recent vervaardigde portolano heeft kunnen meegeven. In het tweede geval is meester Jacomo wellicht ontboden om de resultaten van Zarco’s en Teixeira’s eerste reis op de portolani aan te geven. Diffie zegt hiervan het volgende: Het verhaal dat Dom Henrique zich omringd zou hebben met weten-schappers is niet erg betrouwbaar. In dit verband wordt altijd het eerst gewezen op Jacomo de Mallorca, van wie verondersteld wordt dat hij dezelfde persoon is als Jafuda Cresques, zoon van Abraham Cresques, de vervaardiger van de Catalaanse kaart uit ongeveer 1375, die na zijn bekering tot het christendom bekend was onder de naam Jaime Ribas. Duarte Pacheco Pereira schrijft in zijn Esmeraldo de Situ Orbis, dat Henrique `iemand naar het eiland Mallorca, waar als eerste zeekaarten worden gemaakt, zendt op zoek naar meester Jacomo, een expert in de vervaardiging van zee-kaarten, die met behulp van veel giften en beloningen overgehaald wordt naar zijn koninkrijk te komen, omdat men hem zulke kaarten, waarop alles staat wat in onze tijd bekend is, wil laten maken.’ Duarte Pacheco schrijft niet wanneer Jaime Ribas naar Portugal gekomen zou zijn. Een halve eeuw later vermeldt João de Barros de aanwezigheid van Jaime Ribas in Portugal, echter in zulke bewoordingen dat het er de schijn van heeft dat hij deze heeft overgeschreven uit de Esmeraldo. Daar kan tegen worden inge-bracht dat Barros Jaime Ribas eigenschappen toedicht die niet door Duarte Pacheco zijn genoemd; Barros schrijft: hij was een man die `veel weet van zeevaartkunde en die zeekaarten en instrumenten maakt….die zijn kennis heeft onderwezen aan Portugese vaklie-den.’ Ook Barros vermeldt niet wanneer Jaime Ribas naar Portugal zou zijn gekomen. Geen andere tijdgenoot heeft ook maar een woord aan Jaime Ribas besteed en hij wordt ook niet genoemd in de officiële documenten. Zurara noemt hem niet. Diffie citeert in dit verband `een van de voorzichtigste moderne historici’ Duarte Leite, die stelt dat de `beroemde zeevaartschool van Sagres’ een niet uitroeibaar sprookje is. Hij schrijft voorts, dat er ook voor het bestaan van een observatorium in Sagres geen bewijs gevonden is, dat Henrique geen speciale kennis had van: wiskunde, astronomie, cosmografie, cartografie, zeevaartkunde, scheepsbouw, of van welk andere discipline dan ook. Voorts kan niet bewezen worden dat Henrique zich liet omringen door mathematici, cosmografen, carto-grafen of andere geleerden. Kort voor zijn overlijden in 1460 blijkt Henrique onbekend te zijn met de Catalaanse cartografie, waaruit blijkt dat Jaime Ribas weinig invloed in Portugal heeft gehad.

Als de kolonisten nog maar nauwelijks op Porto Santo aan land zijn gegaan, zien zij een grote wolk, die zich steeds op hetzelfde punt ver-nieuwt. Na onderzoek wordt een bebost eiland, dat 51 kilometer lang en 32 kilometer breed is, gevonden, dat de naam Madeira ontvangt. Zarco, die kennelijk de leiding heeft, verdeelt Madeira in twee min of meer gelijke delen. Hij behoudt het noordelijke deel voor zich en geeft Teixeira het zuidelijke deel; het kleinere Porto Santo en de voor de kust daarvan gelegen kleine eilandjes, waarvan het Ilha de Baixo het grootste is, vallen in hun geheel toe aan Perestrello. Ieder van de drie edelen wordt capitão (gouverneur) van zijn capitania of donatoria. Dit ambt vervullen zij voor het leven en is bovendien erfelijk. Van de revenuen van hun capitania ontvangen de capitães een tiende deel van de aan de kroon toevallende tien procent.

De verrassend snelle kolonisatie van beide herontdekte onbewoonde eilanden heeft een bijzondere reden. Aanvankelijk hebben de Portugezen weinig belangstelling voor de Madeira-archipel aan de dag gelegd. Portugese, maar ook Castiliaanse schepen doen de eilanden, vooral Madeira, af en toe aan. Op de zwaar beboste eilan-den groeien drakenbomen, waarvan de hars een rode kleurstof, dra-kenbloed, oplevert die gebruikt wordt in de textielindustrie. Het verkrij-gen van deze verfstof is het voornaamste doel om Madeira te bezoeken. Als in 1417 een grote Castiliaanse expeditie op Porto Santo aankomt, vreest Portugal dat Castilië het eiland in bezit zal nemen. Om dit te voorkomen wordt tot een snelle en permanente bezetting van de Madeira-archipel besloten. De Italiaanse namen van de eilanden worden veranderd in Portugese: Legname (hout) wordt vertaald in Madeira, Porto Santo (Heilige Haven) blijft ongewijzid en Deserte wordt Desertas (verlaten, woest). De Ilhas Desertas, bestaande uit Deserta Grande, Bugio en Chão, blijven vooralsnog onbewoond. Pas veel later zal Deserta Grande gedurende enige tijd bewoond worden. De kolonisatie van Madeira en Porto Santo veroor-zaken ecologische rampen. De nakomelingen van het drachtige konijn van Perestrello eten de aangeplante gewassen op Porto Santo op. Als het eiland is kaalgevreten, moeten de kolonisten zelfs enige tijd naar Madeira uitwijken. Op dat eiland wordt het oerwoud, dat tot aan de zee reikt, voor een deel weggebrand voor de aanleg van akkers. De brand smeult zeven jaar na in de oeroude onderlaag van verrotte planten.

De Madeira-archipel is een kroondomein, totdat Henriques oudste broer, Duarte, die zijn vader João in 1433 is opgevolgd, deze in het jaar van zijn troonsbestijging aan de Orde van Christus in leen geeft. De bedoeling hiervan is dat Henrique, die administrador en governador van deze rijke militaire orde is, aanvullende inkomsten uit de export van Madeira en Porto Santo verwerft. Regent Pedro steunt de ondernemingen van Henrique eveneens. Op 1 juni 1439 stelt hij hem, in naam van koning Afonso V (1438-1481), voor een periode van vijf jaar vrij van het betalen van belasting over de export van de Madeira-archipel. Op 8 mei 1440 geeft Henrique een deel van het eiland Madeira in leen aan Tristão Vaz Teixeira. Daarbij ontvangt deze uitgebreide economische voorrechten en politieke macht. Slechts het opleggen van de doodstraf en het als straf-maatregel amputeren van ledematen blijft een bevoegdheid van Henrique zelf. Nadat deze op 3 februari 1446 ook het monopolie op de handel met de Madeira-archipel en de politieke macht over deze eilanden verworven heeft, draagt hij bij beschikking van 1 november 1446 bevoegdheden over aan Bartolomeu Perestrelo, capitão van Porto Santo. Deze beschikking staat model voor beschikkingen die bij voortgaande kolonisatie zullen worden uitgevaardigd voor andere eilanden en in de 16e eeuw ook voor Brazilië.

Na Henriques overlijden in 1460 geeft koning Afonso V de `Arquipélago da Madeira’ in leen aan zijn jongere broer Fernando en diens erfgenamen. In 1451 worden Funchal en Machico, de bestuurs-centra van de capitanias van Madeira, verheven tot vila (kleine stad), terwijl de rechten en plichten van hun burgers worden vastgelegd in een koninklijke richtlijn (foral). In het begin leveren de eilanden, behal-ve hout, ook drakenbloed, wedeblauw en andere verfstoffen, die vanaf 1439 belastingvrij in Portugal mogen worden ingevoerd. Nadat er veel bos gekapt is en door middel van sluizen (levadas) en molens de waterhuishouding op orde is gebracht, bloeit de landbouw op. Vanaf 1450 exporteert Madeira jaarlijks minstens 3000 ton tarwe naar Portugal. Er is vee in overvloed en ook de wijnbouw komt tot ontwik-keling. In 1452 sluit Henrique een overeenkomst met een zekere Diogo Gomes de Teive voor het opzetten van suikerrietplantages en suikermolens. Vier jaar later wordt voor het eerst suiker naar Engeland geëxporteerd. Er vestigen zich steeds meer Portugese handelaren op Madeira; het eiland trekt ook joodse en Genuese kolonisten. In de jaren zestig groeit Madeira uit tot een belangrijke suikerproducent voor de Westeuropese markten en worden de eerste slaven, afkomstig van de Canarische eilanden, uit Marokko en uit West-Afrika op de suikerplantages ingezet. De bevolking neemt toe tot meer dan 2000 zielen. Er ontstaat een klasse van rijke landbezit-ters, die in Funchal en Machico wonen en het beheer van hun plan-tages overlaten aan beheerders.

5.1 De Canarische eilanden; twistappel tussen Castilië en Portugal.

x

Check Also

Torre de Belém, Lisbon, Portugal. Author Daniel Feliciano. Licensed under the Creative Commons Attribution-Share Alike

De Malediven. Expansie van het Império Português (1515-1521)

Deel 6 Index Hoofdstuk 7 Expansie van het Império Português (1515-1521) 7.1 De Malediven Geschreven door Arnold van ...

banner
Close
GDPR
EU laws require that we request your consent to the use of cookies. We use cookies to ensure that our site works properly. Some of our advertising partners also collect data and use cookies to publish personalized ads.




Subscribe to our YOUTUBE channel: