Torre de Belém, Lisbon, Portugal. Author Daniel Feliciano. Licensed under the Creative Commons Attribution-Share Alike
Torre de Belém, Lissabon, Portugal. Auteur Daniel Feliciano. Licensed under the Creative Commons Attribution-Share Alike

Geschiedenis van Portugal en van de Portugezen overzee. DEEL 15

Geschreven door Arnold van Wickeren

Geschiedenis van Portugal en van de Portugezen overzee. DEEL 15

De Estado da India in de jaren 1558-1581, De Estado da India in de jaren 1581-1597, De komst van Hollanders en Engelsen naar Indië 1597-1600

Verantwoording

Inleiding

Hoofdstuk 1. De Estado da India in de jaren 1558-1581

1.0. De Estado da India onder het bewind van capitão-gerai en vice-rei Dom Constantino de Bragança (1558-1561)

1.1. Vice-rei Dom Francisco Coutinho, conde de Redondo, governador João de Mendoça en vice-rei Dom Antão de Noronha (1561-1568)

1.2. Het beleg van Goa en Chaul in 1570; vice-rei Dom Luís de Ataide (1568-1571)

1.3. De capitães-gerais Dom António de Noronha, António Moniz Barreto, Dom Diogo de Menezes, Dom Luís de Ataíde en Fernão Telles de Menezes (1571-1581)

Hoofdstuk 2. De Estado da India in de jaren 1581-1597

2.0. Vice-rei Dom Francisco Mascarenhas, conde da Santa Cruz (1581-1584)

2.1. Vice-rei Dom Duarte de Menezes, conde de Tarouca, capitão-geral Manuel de Sousa Coutinho en vice-rei Matias de Albuquerque (1584-1597)

Hoofdstuk 3. De komst van Hollanders en Engelsen naar Indië

3.0. Vice-rei Dom Francisco da Gama (1597-1600)

3.1. De komst van de Hollanders naar Indië

3.2. De komst van de Engelsen naar Indië

Hoofdstuk 4 De Carreira da India

4.0 De Carreira da India

Bijlage 1

1.0 De expedities van de voorcompagniën

Verantwoording

Bij het schrijven van mijn door Hogeschool Alkmaar in 1994 uitgebrachte boek ‘Geschiedenis van Portugal en van de Portugezen overzee (ISBN 90-802098-1-3)’ moesten veel zaken onbesproken blijven, om het eendelige werk niet veel te omvangrijk te maken. Onvrede over deze beperking en het beschikken over veel meer vrije tijd dan toen ik nog werkte, zijn de redenen mijn eerste boek uit te werken in afzonderlijke delen. Dat deze uitwerking geschiedt mede aan de hand van veel niet eerder geraadpleegde literatuur spreekt voor zich. In september 1996 is deel I verschenen en in december 2005 was deel XIV gereed. Uit hoeveel delen van circa 250 pagina’s het totale werk zal bestaan laat zich thans nog niet schatten; mede omdat ik nog niet heb besloten tot welk jaar ik zal doorgaan. Ik hoop dat het mij gegeven zal zijn nog vele delen te schrijven. Deze verschijnen in een beperkte oplage en zijn bestemd voor universiteits- en andere openbare bibliotheken in Nederland en Vlaanderen, ‘abonnees’ en belangstellenden uit eigen kring. Met het uitbrengen daarvan staat mij geen commercieel doel voor ogen. Daarom is de uitvoering zo goedkoop mogelijk gehouden. In oktober 2004 leek een publieksuitgave van de tot dan toe uitgebrachte en de nog te schrijven delen onverwachts binnen handbereik. Nadat ik ervaren had dat een commerciële uitgave van mijn werk niet aanvaardbare concessies van mij zouden vergen, heb ik daarvan afgezien en ben op de oude voet voortgegaan.

Wat mij in de geschiedenis van Portugal van jongs af aan vooral fascineert zijn ’s lands maritieme expansie en de voortrekkersrol die het heeft gespeeld in de ontdekking van de wereld. Mijn boek gaat daarom voornamelijk over de verrichtingen van de Portugezen overzee in drie continenten. Het gaat dan om zaken als: de wereldwijde maritieme expansie in de vijftiende en in de eerste helft van de zestiende eeuw; de eerste tekenen van verval van de Portugese positie in Azië in de tweede helft van de zestiende eeuw en de vrijwel volledige teloorgang daarvan, mede door toedoen van de VOC, in de zeventiende eeuw; de strijd tegen de WIC om Brazilië en de Portugese gebieden in West-Afrika in de zeventiende eeuw; de bloei en het verlies van Brazilië in de achttiende, respectievelijk de negentiende eeuw; de uitbouw van het koloniale rijk in Afrika naar de binnenlanden aan het einde van de negentiende en in de eerste helft van de twintigste eeuw en het einde van de imperiale droom in de jaren zeventig van de twintigste eeuw. Deze en soortgelijke zaken komen uitvoerig in dit werk aan de orde, terwijl de bespreking van de ontwikkelingen in Portugal zelf de noodzakelijke achtergrondinformatie geeft, waaruit het optreden overzee kan worden begrepen.

Bij het schrijven van elkaar opvolgende delen, is het soms gewenst zaken in te leiden met al dan niet samengevatte teksten uit voorgaande delen, waardoor enige overlap ontstaat. Er is temeer sprake van overlap als, zoals in mijn geval, het aantal deeltjes groot is, omdat de beschouwde periode soms maar enige decennia omvat. Daarom heb ik besloten te beginnen met deeltje XIII de te behandelen periode aanzienlijk te vergroten. Deel XIII en een aantal volgende delen omvatten dan ook de regeringsperioden van koningen Sebastião (1557-1578), kardinaal Henrique (1578-1580) en de Spaanse Habsburgers (1580-1640)

In de ‘Verantwoording’ van voorgaande delen is een zeer korte vorm vermeld wat de inhoud is van het betreffende deel en van voorafgaande delen. Deze methodiek leidt ertoe dat de verantwoording bij elk nieuw deel qua omvang toeneemt. Bij deel XV en volgende delen volsta ik ermee te zeggen dat in de delen I t/m XII wordt besproken de periode vanaf de prehistorie tot aan het overlijden van Dom João III in 1557, dat in deel XIII de gebeurtenissen aan de orde komen die uiteindelijk in 1580 hebben geleid tot de personele unie van de Spaanse en de Portugese troon en van het zestigjarige bestuur van de Spaanse Habsburgers over Portugal en zijn overzeese imperium. Deel XIII verhaalt voorts Sebastião’s rampspoed in Marokko, de ontwikkelingen van de Atlantische eilanden en West-Afrika in de periode 1560-1640, waarin de strijd om en het verlies van het Fortaleza de São Jorge da Mina centraal staat. Deel XIV gaat over de bemoeienissen van de Portugezen met Angola en Kongo in hetzelfde tijdvak over de Portugezen aan de Swahilikust van 1560-1600.

Idealiter zou in het voorliggende deel XV besproken zijn de geschiedenis van de Estado da India vanaf de troonsbestijging van Dom Sebastifão in 1557 tot aan de verdrijving van de Spanjaarden in 1640. Gelet op mijn verhalende vorm waarin de materie wordt behandeld, met specifieke aandacht voor curieuze details aan de ene kant en de nog immer toenemende omvang van de geraadpleegde literatuur aan de andere kant, is dit een onmogelijke opgave gebleken. In deel XV worden de ontwikkelingen in de Estado da India besproken tot aan de komst van Hollanders en Engelsen naar Azië, wat uiteindelijk de teloorgang van Portugals positie in dat werelddeel zal inluiden. In dit deel zijn buiten beschouwing gebleven het Portugese optreden elders in Azië, zoals op Ceylon, aan de Visserij- en de Coromandelkust, aan de Golf van Bengalen, in Birma, Siam, Achter-Indië, Malacca en omgeving, de Molukken en de Banda eilanden, Solor en Timor, in China (Macau) en Japan en tenslotte aan de Swahilikust, die aanvankelijk ook tot de Estado da India gerekend werd. Bovendien zal een afzonderlijk hoofdstuk worden gewijd aan de Carreira da India, waarin vele beroemde scheepsrampen worden besproken. In deel XVI zal de bespreking van de Estado da India worden voortgezet met de rampzalige periode 1600-1640, vervolgens komen in dit en in de volgende delen de overige genoemde onderwerpen aan bod.

Bij het schrijven van dit werk sta ik als een dwerg op de schouders van reuzen. Dezen hebben de oorspronkelijke bronnen ontcijferd en daaruit de soms tegenstrijdige gegevens geschift, geordend, geduid en van annotaties voorzien. Ik heb mij slechts tot taak gesteld uit de veelheid van boeken de meest bruikbare te kiezen. Naarmate ik al doende meer inzicht verwerf in de zeer uitgebreide bibliografie van de Portugese aanwezigheid overzee, wordt het kiezen uit de immer aanzwellende stroom studies, moeilijker. Aan de ene kant is de verleiding groot zoveel mogelijk gebruik te maken van literatuur waarin aandacht wordt geschonken aan de heldendaden, lotgevallen en euveldaden van individuele personen, omdat dit kleur geeft aan de historie. Maar aan de andere kant leidt te grote aandacht voor details ertoe dat ik het werk waaraan ik vele jaren geleden ben begonnen, niet zal kunnen voltooien. Ik moet dus schipperen en gedetailleerde beschrijvingen moeten afwisselen met stukken die een globaal overzicht verschaffen. Bij de keuze van te raadplegen literatuur staat Dr. B. N. Teensma mij met raad en daad terzijde; ook heeft hij mij een aantal boeken van zijn hand geschonken en mij gestimuleerd op de ingeslagen weg voort te gaan. Tenslotte heeft hij een lovend voorwoord bij deel XIII geschreven. Voor dit alles zeg ik hem oprecht dank. Mijn erkenning gaat ook uit naar Prof. Dr. Leonard Blussé voor zijn bemoedigende reacties op de eerder verschenen delen en voor enige werken die ik van hem heb mogen ontvangen. Dr. Ir. Ernst van Veen schonk mij zijn proefschrift Decay or Defeat? welk boek in bij deel XVI zal betrekken, en het mede door hem samengestelde boek Rivalry and Conflict. Ook van Dr. Arend de Roever mocht ik zijn dissertatie De jacht op Sandelhout ontvangen. Beiden zeg ik oprecht dank voor de waardevolle aanwinsten van mijn boekenlijst. Voorts gaat mijn dank uit naar Arie Pos, die van meet af aan belangstelling voor mijn werk heeft getoond en die heeft toegezegd het voorwoord in een komend deel te verzorgen. Tenslotte vermeld ik zeer gaarne de website van Marco Ramerini, getiteld: Dutch-Portuguese colonial history van Marco Ramerini. Deze site met zijn vele links vormt voor mij een bron van inspiratie en een uitstekende checklist voor zowel data als relevante literatuur. Marco Ramerini heeft mij ook voorzien van literatuuradviezen; heeft mij geattendeerd op relevante websites, zaken voor mij opgezocht en literatuur met mij uitgewisseld. Voor zijn vele blijken van vriendschap ben ik hem zeer dankbaar. Naast de website van Ramerini neemt het aantal bruikbare websites voortdurend toe.

Hierna volgt een opsomming van de bij het schrijven van dit deel vooral geraadpleegde literatuur; daarbij zijn de werken waaraan ik het meest heb gehad, vet vermeld. In het laatste deel van dit werk zal een volledige literatuurlijst worden opgenomen.

Voor deel XV in zijn geheel zijn de volgende algemene handboeken geraadpleegd:

  • H.V. Livermore: A New History of Portugal, Cambridge U.K., 1966;
  • A.H. de Oliveira Marques: History of Portugal, Volume I & II, New York, 1976;

  • José Hermano Saraiva: História concisa de Portugal; Lisboa, 1979;

  • Charles R. Boxer: The Portuguese Seaborne Empire 1415-1825, London, 1969;

  • Charles R. Boxer: The Dutch Seaborne Empire 1600-1800, Londen, 1965;

  • Leonard Blussé & Jaap de Moor: Nederlanders Overzee; de eerste vijftig jaar 1600-1650, Franeker, 1983;

  • Arnold van Wickeren: voorgaande delen van dit werk.

Naast deze boeken is voor het schrijven van elk hoofdstuk gebruikgemaakt van een aantal specifieke werken. Voor hoofdstuk 1 – De Estado da India in de jaren 1558-1581 – zijn dat:

  1. Danvers, Frederick Charles: The Portuguese in India, Volume I & II, W.H. Allen & Co. Ltd., London, 1894;

  2. Kervran, Monik (French Archaeological Mission at Bahrain): Bahrain in the 16th Century; an impregnable island, Published by the Ministry of Information, State of Bahrain, 1988

  3. Hutt, Antony: GOA, A Traveller’s Historical and Architectural Guide, Scorpion Publishing Limited, Essex, 1988;

  4. Richards, J. M.:Goa, C. Hurst en Co., Londen, 1982;

  5. Diffie and George D. Winius, Bailey W.: Foundations of the Portuguese Empire, 1415-1580, University of Minnesota Press, Minneapolis, Minnesota, 1977;

  6. Armini, Iradj: L’Inde du Koh-I-Noor, Éditions François Bourin, Paris, 1992;

  7. Serjeant, R.B.: The Portuguese off the South Arabian Coast, Oxford at the Clarendon Press, London, 1963;

  8. Al-Maamiry, A.H.: Omani-Portuguese History, Lancers Publishers, New Delhi, 1982;

  9. Alden, Dauril: The Making of an Enterprise; The Society of Jesus in Portugal, Its Empire, and Beyond, 1540-1750, Stanford University Press, Stanford, California, 1996;

  10. Rétif, A. en anderen: Histoire Universelle des Missions Catholiques, Les Missions des Origines au XVIe Siècle, Editions de l’Acanthe, Monaco, 1956;

  11. Catholica (A.M. Heidt): N.V. Uitgeversmij Pax, ‘s- Gravenhage, 1966;

  12. Rasquilho, Rui e Jorge Barros: Portugal e o Mar, Viagens pelos Descobrimentos, Distri Cultural/Círculo de Leitores, Lisboa, 1983;
  13. Godinho, Vitorino Magalhães: L’économie de l’empire Portugais aux XVe et XVIe siècles, S.E.V.P.E.N., Paris, 1969;
  14. Cortesão, Jaime: História dos Descobrimentos Portugueses, Terceiro volume, Círculo de Leitores, Lisboa, 1979;

  15. Arasaratman and Aniruddha Ray, Sinappah: Masulipatnam and Cambay; A history of two port-towns 1500-1800, Munshiram Manoharlal Publishers Pvt. Ltd., New Delhi, 1994

  16. Panikkar, K.M.: Malabar and the Portuguese: Being a History of the Relations of the Portuguese with Malabar from 1500 to 1663, D.B. Taraporevala Sons & Co., Bombay, 1929;

Voor hoofdstuk 2 zijn bovendien geraadpleegd de onder de letters a, c, d, g, i, j, k en p van de bij hoofdstuk 1 genoemde boeken, aangevuld met:

  • Lodewycksz, Willem: Om de Zuid: De eerste Schipvaart naar Oost-Indië onder Cornelis de Houtman, 1595-1597, opgetekend door Willem Lodewycksz, vertaling, inleiding en annotatie: Vibeke Roeper en Diederick Wildeman, Uitgeverij SUN, Nijmegen, 1997;

  • Mac Leod, N.: De Oost-Indische Compagnie als zeemogendheid in Azië, 1602-1650, twee delen, Blankwaardt & Schoonhoven, Rijswijk (Z.H.), 1927;

  • Wiechen, Peter van: Vademecum van de Oost- en West-Indische Compagnie, Antiquariaat Gert Jan Bestebreurtje, Utrecht, 2002;

Voor hoofdstuk 3 zijn bovendien geraadpleegd de onder de letters a, b, c, d, f, h en m, van de bij hoofdstuk 1 genoemde boeken, aangevuld met::

  • Bayani, Khanbaba: Les relations de l’Iran avec l’Europe Occidentale à l’époque Safavide, Université de Paris, 1937;
  • Houtman, Frederik de: Wie komt daar aan op die olifant? Een zestiende-eeuws taalgidsje voor Nederland en Indië, inclusief het verhaal van de avontuurlijke gevangenschap van Frederik de Houtman in Indië, Amsterdam/Antwerpen, 2000;

  • Keuning, J.: De Tweede schipvaart der Nederlanders naar Oost-Indië onder Jacob Cornelisz van Neck en Wybrandt van Warwijck (1598-1600), deel I, II en III, Martinus Nijhoff, ‘s-Gravenhage, 1938;

  • Muir, John: Reminiscências Portuguesas na Arábia Oriental, Separata do Boletim da Sociedade de Geografia de Lisboa, Janeiro-Março, 1961;

Voor hoofdstuk 4 zijn geraadpleegd de bij hoofdstuk 1, onder de letters a en m aangegeven boeken, aangevuld met:

  • Duffy, James: Shipwreck & Empire: Being an account of Portuguese maritime disasters in a century of decline, Harvard University Press, Cambridge, Massachusetts, 1955;
  • António Lopes Eduardo Frutuoso, A vida a bordo nas naus da Carreira da India, Texto inédito preparado em 1995 para publicação na obra História do Quotidianonem Portugal, então em prodição pela Edtorial Presença, mas que não chegou a ser editada

De voor de Bijlage gebruikte literatuur bestaat uit de boeken:

  • Wieder, F.C.: De reis van Mahu en De Cordes 1598-1600, Delen 1 en 3, Linschoten-Vereeniging XXI en XXIV, Martinus Nijhoff, 1923/1925;

  • IJzerman, J.W.: De reis om de wereld door Olivier van Noort, 1598-1601, twee delen, Martinus Nijhoff, Linschoten-Vereeniging XXVII, 1926;

  • Houtman, Frederik de: Wie komt daar aan op die olifant? Een zestiende-eeuws taalgidsje voor Nederland en Indië, inclusief het verhaal van de avontuurlijke gevangenschap van Frederik de Houtman in Indië, Hertaald en toegelicht door Nicoline van der Sijs, Uitgeverij L.J. van Veen, Amsterdam/Antwerpen, 2000;

  • Lodewycksz, Willem: Om de Zuid: De eerste Schipvaart naar Oost-Indië onder Cornelis de Houtman, 1595-1597, opgetekend door Willem Lodewycksz, vertaling, inleiding en annotatie: Vibeke Roeper en Diederick Wildeman, Uitgeverij SUN, Nijmegen, 1997;

  • Warnsinck, J.C.M.: De reis om de wereld van Joris van Spilbergen, 1614-1617, Martinus Nijhoff, Linschoten-Vereeniging XLV, XLVII, ‘s-Gravenhage, 1943,

  • Mac Leod, N.: De Oost-Indische Compagnie als zeemogendheid in Azië, 1602-1650, twee delen, Blankwaardt & Schoonhoven, Rijswijk (Z.H.), 1927;

  • Morga, Antonio de: Sucesos de las Islas Filipinas, translated and edited by J.S. Cummins, Hakluyt Society, Cambridge University Press, London, 1972;

  • Keuning, J.: De Tweede schipvaart der Nederlanders naar Oost-Indië onder Jacob Cornelisz van Neck en Wiybrand van Warwijck (1598-1600), Martinus Nijhoff, ‘s-Gravenhage, 1938;

  • Valentijn, François: Oud- en Nieuw Oost-Indiën, deel I, Van Wijnen, Franeker, 2002;

  • Valentijn, François: Oud- en Nieuw Oost-Indiën, deel II, Van Wijnen, Franeker, 2002.

Ook is veelvoudig en intensief gebruik gemaakt van de Encyclopædia Britannica, Multimedia Edition 1999 en van vele sites op het internet. Bij tijd en wijle zijn geraadpleegd Le Petit Robert des Noms Propres, 2003, Richard Gray: The Cambridge History of Africa, Vol. 4 from c. 1600 – c. 1790, Cambridge, 1975; Roland Oliver: The Cambridge History of Africa, Volume 3 from c. 1050c 1600., Cambridge, 1981 en andere naslagwerken.

Velen hebben mij gestimuleerd voort te gaan met het bestuderen van en het schrijven over het gekozen studiegebied; anderen hebben mij daadwerkelijk geholpen. Tot degenen op wie ik een beroep kon doen om technische problemen met de P.C. te overwinnen behoren en mijn oud-buurman Piet Vermaas RA en mijn huidige buurman Kai de Jong. Hun zeg ik daarvoor dank. Directie en personeel van Multicopy in Heerhugowaard zeg ik dank voor de keurige verzorging van dit deel van mijn werk. Tenslotte spreek ik in het bijzonder mijn dank uit aan mijn vrouw, die – na mijn pensionering – mij weinig met huishoudelijke taken belast, maar mij alle gelegenheid geeft dit boek te schrijven.

De schrijver

Inleiding

In voorgaande delen van dit werk zijn de ontwikkelingen in de Estado da India menigmaal besproken. In deel III is uitgebreid aandacht besteed aan de ontdekking van de zeeweg naar Indië door Vasco da Gama en aan de reis van Pedro Álvares Cabral naar Indië, waarbij hij en passant Brazilië heeft ontdekt. Deel IV is gewijd aan de reizen naar Indië van João de Nova Castela, Afonso de Albuquerque, Tristão da Cunha en Dom Francisco de Almeida, de eerste capitão-geral en vice-rei van Portugees Indië. Zaken als de heldhaftige verdediging van Cochin, de eerste hoofdstad van de Estado da India, door Duarte Pacheco Pereira, de vestiging van Portugals macht aan de kust van Oost-Afrika, de ontdekking van Ceylon, de strijd voor Ormoez en de zeeslag voor Chaul, waarbij Dom Lourenço de Almeida, de zoon van Dom Francisco de Almeida het leven laat, zijn belangrijke gebeurtenissen die behandeld zijn in deel IV. Deel V is geheel gewijd aan de verrichtingen van Afonso de Albuquerque, die Francisco de Almeida als gouverneur-generaal is opgevolgd. Met de verovering van de steden Malacca, Goa en Ormoez heeft Afonso de Grote Portugals macht in Azië stevig verankerd, nadat Francisco de Almeida in zijn nadagen als onderkoning de dood van zijn zoon gewroken heeft met een klinkende overwinning op de Egyptisch-Turkse vloot bij Diu. Gouverneur Afonso de Albuquerque wordt na zijn plotselinge dood in december 1515 opgevolgd door zijn criticus Lopo Soares de Albergaria, een volkomen incompetent man, wiens enige verdienste daarin bestaat dat hij Portugals invloed heeft uitgebreid naar het eiland Ceylon. Zijn rampzalige bewind en dat van zijn directe opvolger, Diogo Lopes de Sequeira, worden besproken in deel VI. In dit deel is ook uitgebreid aandacht geschonken aan de belevenissen van het Portugese gezantschap naar Ethiopië, dat van 1520 tot 1526, onder leiding van Dom Rodrigo de Lima, rondtrekt door het land van Preste Joam, naar wie de Portugezen al sedert de tijd van Dom Henrique o Navegador op zoek zijn. Tijdens de periode 1518-1529 zwaaien vijf capitães-gerais enige jaren de scepter in Goa totdat in 1529 het roer wordt overgenomen door Nuno da Cunha, die zijn hoge ambt maar liefst negen jaren bekleedt. Onder zijn bewind verdedigt António da Silveira in 1537 maandenlang het Portugese Diu zeer moedig tegen zijn Ottomaanse belegeraars. Het bewind van de gouverneurs in het tijdvak 1522-1538 wordt besproken in deel X. De vierde opvolger van Nuno da Cunha, Dom João de Castro, is de laatste van de vier grote capitães-gerais uit de zestiende eeuw. Uit deel XI, waarin de verwikkelingen in Portugees Indië in de jaren 1538-1558 worden uiteengezet, blijkt dat Dom João de Castro (1545-1548), een van de zeven gouverneurs in deze twintig jaar, te maken krijgt met het tweede beleg van Diu. Na maandenlange strijd weet de bekwame en dappere gouverneur de Turken uiteindelijk te verdrijven. In een bijlage in deel XI is een verslag opgenomen van de Portugese militaire expeditie naar Abessinië in de jaren 1541-1544, onder leiding van Dom Cristovão da Gama, de jongere broer van gouverneur-generaal Dom Estêvão da Gama. Uit het fascinerende verslag van deze expeditie, waarbij Dom Cristêvão in de strijd omkomt en waarvoor de Ethiopiërs de Portugezen zeer dankbaar zijn, blijkt dat de Portugese eindoverwinning op de moren tot behoud van het christendom in Ethiopië heeft geleid.

Uit de opsomming van de hoofdzaken van wat al eerder aan de orde is gekomen, kan worden afgeleid dat zelfs maar een zeer globale samenvatting daarvan moet leiden tot een zeer aanzienlijke overlap met eerdere delen. Daarvoor is niet gekozen. Onder verwijzing naar de genoemde eerdere delen van dit boek, wordt in hoofdstuk 1 van dit deel begonnen met de bespreking van de verrichtingen van vice-rei Dom Constantina de Bragança (1558-1561)

Hoofdstuk 1 De Estado da India in de jaren 1558-1581 1.0. De Estado da India onder het bewind van capitão-gerai en vice-rei Dom Constantino de Bragança (1558-1561)

x

Check Also

Torre de Belém, Lisbon, Portugal. Author Daniel Feliciano. Licensed under the Creative Commons Attribution-Share Alike

De Malediven. Expansie van het Império Português (1515-1521)

Deel 6 Index Hoofdstuk 7 Expansie van het Império Português (1515-1521) 7.1 De Malediven Geschreven door Arnold van ...

banner
Close
Stay informed about Colonial Voyage