Torre de Belém, Lisbon, Portugal. Author Daniel Feliciano. Licensed under the Creative Commons Attribution-Share Alike
Torre de Belém, Lissabon, Portugal. Auteur Daniel Feliciano. Licensed under the Creative Commons Attribution-Share Alike

Geschiedenis van Portugal en van de Portugezen overzee. DEEL 22

Geschreven door Arnold van Wickeren

Geschiedenis van Portugal en van de Portugezen overzee. DEEL 22

De Portugezen aan de Swahilikust tijdens de eerste helft van de zeventiende eeuw

Verantwoording

Glossarium

Hoofdstuk 1

Moçambique ten noorden van de Zambezi tot aan het midden van de 17e eeuw

1.0 De Portugezen en het gebied ten noorden van De Zambezi in de 16e eeuw

1.1 De Makua

1.2 De invallen van de Maravi

1.3 De opkomst van de Maravi koninkrijken

1.4 Het opperste hoofdmanschap van Kalonga

1.5 Het hoofdmanschap van Lundu en zijn relaties met Quelimane

1.6 Het hoofdmanschap van Undi

1.7 Portugese betrekkingen met de Maravi

Hoofdstuk 2

Portugals positie aan de Swahilikust aan het begin van de 17e eeuw

2.0 Zuidoost-Afrika rond het jaar 1600

2.1 Belegeringen van Moçambique

2.2 Dom Estêvão de Ataíde

2.3 Diogo Simões Madeira

2.4 Nuno Álvares Pereira

Hoofdstuk 3

De Portugezen in Mombaça

3.0 Mombaça tot aan de opstand van Chinguila

3.1 De opstand van Mombaça

Hoofdstuk 4

De Swahilikust in de jaren 1635 tot 1651

4.0 Het kolonisatieplan van 1635

4.1 Zuidoost-Afrika, 1637-1651

Verantwoording

Geschreven door Arnold van Wickeren

Bij het schrijven van mijn door Hogeschool Alkmaar in 1994 uitgebrachte boek ‘Geschiedenis van Portugal en van de Portugezen overzee (ISBN 90-802098-1-3)’ moesten veel zaken onbesproken blijven, om het eendelige werk niet veel te omvangrijk te maken. Onvrede over deze beperking en het beschikken over veel meer vrije tijd dan toen ik nog werkte, zijn de redenen geweest mijn eerste boek uit te werken in afzonderlijke delen. Dat deze uitwerking geschiedt mede aan de hand van veel niet eerder geraadpleegde literatuur spreekt voor zich. In september 1996 is deel I verschenen en in de herfst van 2009 is deel XX gereed. Uit hoeveel delen van circa 250 pagina’s het totale werk zal bestaan laat zich thans nog niet schatten; ik hoop dat het mij gegeven zal zijn nog vele delen te schrijven. Deze verschijnen in een beperkte oplage en zijn bestemd voor universiteits- en andere openbare bibliotheken in Nederland en Vlaanderen, alsmede voor belangstellenden uit eigen kring. Met het uitbrengen van de delen staat mij geen commercieel doel voor ogen. Daarom is de uitvoering zo goedkoop mogelijk gehouden. In oktober 2006 leek een publieksuitgave van de tot dan toe uitgebrachte en de nog te schrijven delen onverwachts binnen handbereik. Nadat ik ervaren had dat een commerciële uitgave van mijn werk onaanvaardbare concessies van mij zouden vergen, heb ik daarvan afgezien en ben op de oude voet voortgegaan.

Wat mij in de geschiedenis van Portugal van jongs af aan vooral fascineert zijn de voortrekkersrol die het land heeft gespeeld in de ontdekking van de wereld en ’s lands maritieme expansie. Mijn boek gaat daarom voornamelijk over de verrichtingen van de Portugezen overzee in drie continenten.

Het gaat dan om zaken als: de wereldwijde maritieme expansie in de vijftiende en in de eerste helft van de zestiende eeuw; de eerste tekenen van verval van de Portugese positie in Azië in de tweede helft van de zestiende eeuw en de vrijwel volledige teloorgang daarvan, mede door toedoen van de VOC, in de zeventiende eeuw; de strijd tegen de WIC om Brazilië en de Portugese gebieden in West-Afrika in de zeventiende eeuw; de bloei en het verlies van Brazilië in de achttiende, respectievelijk de negentiende eeuw; de uitbouw van het koloniale rijk in Afrika naar de binnenlanden aan het einde van de negentiende en in de eerste helft van de twintigste eeuw en het einde van de imperiale droom aan het begin van het laatste kwart van de vorige eeuw. Deze en soortgelijke zaken komen uitvoerig in dit werk aan de orde, terwijl de bespreking van de ontwikkelingen in Portugal zelf de noodzakelijke achtergrondinformatie geeft, waaruit het optreden overzee kan worden begrepen.

Bij het schrijven van elkaar opvolgende delen, is het soms gewenst zaken in te leiden met al dan niet samengevatte teksten uit voorgaande delen, waardoor enige overlap ontstaat. Er is temeer sprake van overlap als, zoals in mijn geval, het aantal deeltjes groot is, omdat de beschouwde periode soms maar enige decennia omvat. Daarom heb ik besloten te beginnen met deeltje XIII de te behandelen periode aanzienlijk te vergroten. Deel XIII en een aantal volgende delen omvatten dan ook de regeringsperioden van koningen Sebastião (1557-1578), kardinaal Henrique (1578-1580) en de Spaanse Habsburgers (1580-1640)

In de ‘Verantwoording’ van voorgaande delen is in zeer korte vorm vermeld wat de inhoud is van het betreffende deel en van voorafgaande delen. Deze methodiek leidt ertoe dat de verantwoording bij elk nieuw deel qua omvang toeneemt. Bij deel XXII en volgende delen volsta ik ermee te schrijven dat in de delen I t/m XIX wordt besproken de periode vanaf de prehistorie tot aan het het herwinnen van de Portugese onafhankelijkheid in 1640. In deel XX wordt aandacht geschonken aan de opkomst en bloei van Macau, aan de komst van andere Europeanen naar het Verre Oosten, aan de achteruitgang en stagnatie van de Sino-Portugese handel, aan de Christelijke eeuw in Japan (1549-1650) en aan de missie van de jezuïeten in China. Deel XXI is gewijd aan de regeringsperiode van João IV (1640-1656), aan de val van Malakka, aan het Portugese bestuur over en de verdrijving van de Portugezen van Ceylon, aan de Hollandse verovering van de Malabarkust en aan het herstel van de Estado da India in de periode 1663-1681 nadat de langdurige oorlog met de Republiek in 1661 is beëindigd met de Vrede van Den Haag. De bijlage laat de lezer kennismaken met de inquisitie in Portugees Azië aan de hand van de belevenissen van de Franse arts Charles Dellon als gevangene van de inquisitie. Deze bijlage is een marginaal gecomprimeerde samenvatting van De onbezonnenheid van Charles Dellon (1673-1677) van Frédéric Max’ voortreffelijke werk Gevangenen van de inquisitie. Met deel XXI is voorlopig een einde gekomen aan het beschrijven van de lotgevallen van de Portugezen in Azië en in het thans voorliggende deel XXII wordt teruggekeerd naar de Swahilikust, waarover voor het laatst geschreven is in deel XIV. Voornamelijk aan de hand van Eric Axelson’s Portuguese in South-East Africa 1488-1600, Published on behalf of the Ernest Oppenheimer Institute of Portuguese Studies of the University of the Witwatersrand (Johannesburg, 1973) is de geschiedenis van Moçambique beschreven tot aan het einde van de 16e eeuw.

Inmiddels heb ik kennisgemaakt met het uitstekende werk A History of Mozambique van Malyn Newitt (London, 1995). Dit boek plaatst de historische gebeurtenissen in Moçambique in een breder perspectief dan Eric Axelson doet Hij heeft meer oog voor het detail. Deel XXII begint met Mozambique North of the Zambesi to the middle of the Seventeenth Century, waarna acht hoofdstukken uit Portuguese in South-East Africa 1600-1700 van Eric Axelson volgen. Het laatste hoofdstuk is: South-East Africa, 1637-1651.

Bij het schrijven van dit werk sta ik als een dwerg op de schouders van reuzen. Dezen hebben de oorspronkelijke bronnen ontcijferd en daaruit de soms tegenstrijdige gegevens geschift, geordend, geduid en van annotaties voorzien. Ik heb mij slechts tot taak gesteld uit de veelheid van boeken de meest bruikbare te kiezen. Naarmate ik al doende meer inzicht verwerf in de zeer uitgebreide bibliografie van de Portugese aanwezigheid overzee, wordt het kiezen uit de immer aanzwellende stroom studies, moeilijker. Aan de ene kant is de verleiding groot zoveel mogelijk gebruik te maken van literatuur waarin aandacht wordt geschonken aan de heldenmoed, lotgevallen en euveldaden van individuele personen, omdat deze kleur geeft aan de historie. Maar aan de andere kant leidt te grote aandacht voor details ertoe dat ik het werk waaraan ik vele jaren geleden ben begonnen, niet zal kunnen voltooien. Ik moet dus schipperen en zal gedetailleerde beschrijvingen moeten afwisselen met stukken die een globaal overzicht verschaffen. Bij de keuze van te raadplegen literatuur staat Dr. B. N. Teensma mij met raad en daad terzijde; ook heeft hij mij een aantal boeken van zijn hand geschonken en mij gestimuleerd op de ingeslagen weg voort te gaan. Tenslotte heeft hij een lovend voorwoord bij deel XIII verzorgd. Voor dit alles zeg ik hem oprecht dank. Mijn erkentelijkheid gaat ook uit naar Prof. Dr. Leonard Blussé voor zijn bemoedigende reacties op de eerder verschenen delen, voor zijn voorwoord bij deel XIX en voor de werken die ik van hem heb mogen ontvangen. Van Dr. Ir. Ernst van Veen en Dr. Arend de Roever ontving ik hun dissertaties. Beiden zeg ik oprecht dank voor de waardevolle aanwinsten van mijn boekenlijst. Voorts gaat mijn dank uit naar Arie Pos, die van meet af aan belangstelling voor mijn werk heeft getoond en die het voorwoord van deel XVII heeft verzorgd. Sedertdien loopt hij alle delen voor publicatie zorgvuldig na op type- en taalfouten. Daarnaast heeft hij nog enige waardevolle correcties voorgesteld. Voor dit alles ben ik hem zeer dankbaar. Ook vermeld ik met genoegen de voortreffelijke website Dutch-Portuguese colonial history https://www.colonialvoyage.com/ van Marco Ramerini. Deze site met zijn vele links vormt voor mij een bron van inspiratie en een uitstekende checklist voor zowel data als relevante literatuur. Marco Ramerini heeft mij ook voorzien van literatuuradviezen; heeft mij geattendeerd op relevante websites, zaken voor mij opgezocht en literatuur met mij uitgewisseld. Hij is thans doende al mijn delen op zijn website te zetten. Voor zijn vele blijken van vriendschap ben ik hem zeer dankbaar. Naast de website van Ramerini neemt het aantal bruikbare websites voortdurend toe. Vooral de Wikipedia, the free encyclopedia, blijkt hoe langer hoe meer een waardevolle bron van kennis te zijn.

Hierna volgt een opsomming van de bij het schrijven van dit deel vooral geraadpleegde literatuur; daarbij zijn de werken waaraan ik het meest heb gehad, vet vermeld. In het laatste deel van dit werk zal een volledige literatuurlijst worden opgenomen.

Voor deel XXII zijn de volgende boeken geraadpleegd:

Axelson, Eric: Portuguese in South-East Africa 1600-1700, Witwatersrand University Press, Johannesburg, 1960;

Boxer, Charles Ralph: The Portuguese Seaborne Empire 1415-1825, London, 1969;

Boxer, Charles Ralph: The Dutch Seaborne Empire 1600-1800, London, 1965;

Danvers, Frederick Charles: The Portuguese in India, Volume II, W.H. Allen & Co. Ltd., London, 1894;

Knaap, Gerrit en Ger Teitler: De Verenigde Oost-Indische Compagnie

tussen oorlog en diplomatie, KITLV Uitgeverij, Leiden, 2002;

Livermore, H.V.: A New History of Portugal, Cambridge U.K., 1966;

Mac Leod, N.: De Oost-Indische Compagnie als zeemogendheid in Azië, 1602-1650, twee delen, Blankwaardt & Schoonhoven, Rijswijk (Z.H.), 1927;

Oliveira Marques A.H. de: History of Portugal, Volume I & II, New York, 1976;

Newitt, Malyn: A History of Portuguese Overseas Expansion, 1400-1668, Routledge, London and New York, 2005;

Salentiny, Fernand, Aufstieg und Fall des portugiesischen Imperiums, Hermann Böhlaus Nachf. Ges.m.b.H. Wien-Köln-Graz, Wien, 1977;

Wickeren, Arnold van: voorgaande delen van dit werk.

Ook is veelvoudig en intensief gebruik gemaakt van het alsmaar toenemende aantal Internetsites, waardoor de tot voor kort gebruikte naslagwerken, als de Encyclopædia Britannica, Le Petit Robert des Noms Propres, 2003 en vele andere vervangen konden worden door aan het Internet ontleende kennis.

Velen hebben mij gestimuleerd voort te gaan met het bestuderen van en het schrijven over het gekozen studiegebied; anderen hebben mij daadwerkelijk geholpen. Tot degenen op wie ik een beroep kon doen om technische problemen met de P.C. te overwinnen behoren mijn zoon Stef en mijn buurman Kai de Jong. Hun zeg ik daarvoor dank. Het personeel van Multicopy in Heerhugowaard zeg ik dank voor de keurige verzorging van dit deel van mijn werk. Ten slotte spreek ik in het bijzonder mijn dank uit aan mijn vrouw, die – na mijn pensionering — mij weinig met huishoudelijke taken belast, maar mij alle gelegenheid geeft dit boek te schrijven.

De schrijver

Glossarium

Geschreven door Arnold van Wickeren

Adil Khan: rechtvaardige heerser (van Bijapur)

ad valorem: (belastingheffing))naar de waarde

alcaide: militair chef en bestuursambtenaar van een fort, tweede in autoriteit na de capitão

alcaide-mor: militair gouverneur

alqueire: een gewicht van 13,8 liter

alvará: een decreet van de koning of van de vice-rei, dat geen zegel draagt

andoro: versiering gedragen rond het hoofd

arcebispo de Goa e Primaz das Indias: aartsbisschop van Goa en primaat van Indië

arraca: arak, alcoholische inheemse Afrikaanse drank

bombardiers: artillerist aanvankelijk belast met het afschieten van mortieren

Cabo da Boa Esperança: Kaap de Goede Hoop

calico: genoemd naar de havenstad Calicut , waar de stof vandaan kwam (fijne linnenachtige stof van ongebleekt katoen

capitania: gebied bestuurt door een capitão; vlaggenschip

capitão: (kapitein) bevelhebber van een plaats, fort, garnizoen, of militaire eenheid

capitão-mor: bevelhebber van een vloot of eskader

Capitão das Portas: capitão van Massapa, belast met de inning van belastinggelden voor de Monomotapa en die ervoor zorgdraagt dat zijn landgenoten niet verder het land van de Monomotapa binnendringen dan tot Massapa

Capitão-geral van de Estado da India: gouverneur-generaal van Portugees Indië

Capitão-geral v/d Conquista v/d Zilvermijnen : functionaris belast met de verovering van de zilvernijnen in Zuidoost-Afrika

Caravela (karveel): langwerpig zeilschip van 60 tot 100 ton, met geringe diepgang en een hoog dek, een achterkasteel en 2 of 3 latijngetuigde masten

Carreira da India: Vaart op Indië

cartaz: door de Portugese factor verstrekt of gefiatteerd vrijgeleide aan hindoekkooplieden of aan moslimkooplieden uit plaatsen onder Portugees bestuur of wonende in Cannanore, Cochin of Quilon, om bepaalde goederen te vervoeren naar een bepaalde bestemming.

Casa da India: instantie die de oosterse handel namens de Kroon controleert

cascabel (artillerie): een voorlader

commenwealth: gebied met zelfbestuur

conde: graaf

conquistador: veroveraar

Conselho da Fazenda: Raad van de Schatkist

Conselho Ultramarino: Raad voor Overzee

consulta: raadpleging

coronel: kolonel

cruzado: gouden munt met een gewicht van

3,58 gram; een gehalte van 23,75 karaat en een

waarde van 390 reais (1496-1514) en 400 reais

in de periode (1514-1537). Rond 1550 werd in

Malacca en zilveren cruzado in omloop gebracht

met een waarde van 360 reais

degredado: een tot verblijf overzee veroordeelde misdadiger

devassa: juridisch onderzoek in een zaak met de mogelijkheid getuigen onder ede te horen

faraçola: een gewicht van ongeveer 18 lbs.

feitor: factor

fidalgo: edelman, lid uit een adellijke familie

fortaleza: vesting of kasteel

fumo: chef

galeão (galjoen): Portugees oorlogsschip, veel gebruikt door piraten. Evenals de caravela redonda voorzien van latijn- en rondzeilen, maar met minder diepgang en tonnage (400 tot 600 ton) dan de nau, en daarom zeer wendbaar

galeota (galjoot): kleine galei (16-20 riemen) met twee masten

governador: gouverneur

ilha: eiland

ilheu de São Jorge: eilandje van Sint George

impi: afdeling soldaten

incommunicado: gevangenschap

Induna: Zulu-titel, groot leider, ambassadeur, hoofdman, etc.,

légua: afstandsmaat waarvan de lengte, afhankelijk van de kroniekschrijver, varieert van 5,93 tot 6,66 km.

machila: draagstoel

machiras: inferieure kleding gemaakt in Zuidoost-Afrika van inheemse katoen

major: majoor

mantelets: verplaatsbaar afdak waaronder een een groep soldaten werkzaam is, bijvoorbeeld loopgraven aanlegt

marca: zilverstuk

Mesa de Relação: Hooggerechtshof

mithqal: gewicht aan goud gelijk aan 155 ounces

milreis: munt van 1.000 reis

mouth (muromo): betaling van een bezoeker aan de Monomotapa voor verlof om te spreken

nau (kraak): ‘groot schip’ groot en breed zeilschip (800-2.000 ton) met drie masten; de fokkemast heeft een latijnzeil, de grote en de bazaansmast hebben dubbele vierkante zeilen; aanvankelijk gebruikt als vrachtvaarder op de Carreira da India, later aangepast tot oorlogsschip

naveta: vaartuig van aanzienlijke afmetingen gebruikt voor de handel aan de kust

Nossa Senhora do Baluarte, OLV v/h Bolwerk

Nossa Senhora da Consolação OLV v/d Vertroosting

Nossa Senhora da Guia OlV vd Leidraad

Ouvidor-geral do crime e civel: President van het Hooggerechtshof in Civiele en in Strafzaken

pangaio: een tweemaster met latijnzeilen

panja: hoeveelheid maïs

pardão of pardau: gouden munt ter waarde van 6 zilveren tangas, circa 360 reais. (Een zilveren pardão weegt 22 gram en heeft gedurende de eerste helft van de zestiende eeuw een waarde van 5 tangas of 300 reais)

pasta: een zekere hoeveelheid goud in de 18e eeuw ter waarde van 800 cruzados

pia – muene: oudste dochter

pinas: oorlogsschip van 200-400 ton uit de zestiende en zeventiende eeuw met een platte spiegel of vlak achterschip, dat later een meer ronde vorm zal krijgen, ook wel aanduiding van een jacht niet groter dan 50 ton

post-mortem: dienst voor overledene

prazo: verhuurde landgoederen van de kroon, in Zambezi

Proved or da Fazenda: hoofdopzichter over de handel

Provedor-mor dos Defuntos: hoofdopzichter over de landgoederen van overledenen

provisões: voorwaarden

quintal: gewichtseenheid gelijkgesteld aan 4

arrobas (= 58,0 kg) of aan een

hundredweight (= 50,8.kg)

quite: troon

rain shrine van Mbona: regenschrijn van Mbona

real: zilveren of koperen Portugese munt

regimento: geheel van opdrachten, instructies en regelingen

rei: koning

residência: juridisch onderzoek

rio: rivier

Rios de Cuama: rivieren van Zambezië.

sakers (halve saker): veldartillerie

Santa Casa da Misericordia: Heilig Huis van Barmhartigheid

tanga: eenachtste deel van een mithqal

urca (hulk): groot en log koopvaardijschip

Vedor da Fazenda: beheerder van de geldmiddelen; hoogste autoriteit belast met finencieel toezicht namens de Kroon

Vereador da Fazenda: hoofdopzichter over de handel

vice-rei: onderkoning

xerafim: munt, identiek aan de pardão; meervoud xerafins

1.0 De Portugezen en het gebied ten noorden van De Zambezi in de 16e eeuw

x

Check Also

Torre de Belém, Lisbon, Portugal. Author Daniel Feliciano. Licensed under the Creative Commons Attribution-Share Alike

De Malediven. Expansie van het Império Português (1515-1521)

Deel 6 Index Hoofdstuk 7 Expansie van het Império Português (1515-1521) 7.1 De Malediven Geschreven door Arnold van ...

banner
Close
GDPR
EU laws require that we request your consent to the use of cookies. We use cookies to ensure that our site works properly. Some of our advertising partners also collect data and use cookies to publish personalized ads.




Subscribe to our YOUTUBE channel: